Tips nodig? Zo kun je een lied zoeken. Hier vind je een overzicht van alle liedbundels.
Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas.
|
Bewaar, o HEER', mijn recht
Mogelijk staat het wel in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
| Bewaar, o HEER', mijn recht | ||
| Vorm | Strofelied | |
| Herkomst | ||
| Taal | Nederlands | |
| Land | Nederland | |
| Periode | Omstreeks 1566 | |
| Psalm 26 | ||
| Schrijver | David (volgens opschrift) | |
| Latijnse titel | Iudica me | |
| Vulgaat | Psalm 25 | |
| Berijming | Psalmberijming van Petrus Datheen | |
| Tekst | ||
| Dichter | Petrus Datheen | |
| Bijbelplaats | Psalm 26 | |
| Metrisch | 6-6-8-7-7-8 | |
| Muziek | ||
| Componist | Loys Bourgeois | |
| Solmisatie | 3-6-5-4-4-3 | |
| Gebruik | ||
| Trefwoord | In verdrukking van vijanden Voorbereiding Heilig Avondmaal HC Zondag 30 Van de vereisten der avondmaalgangers | |
| Liedbundels | ||
| Bundel van Petrus Datheen 26 | ||
Bewaar, o HEER’, mijn recht is een berijming van Psalm 26, deze berijming maakt deel uit van de Psalmberijming van Petrus Datheen. De tekst is van Petrus Datheen, de melodie is afkomstig uit de Geneefse Psalmen.
Inhoud
Opname beluisteren
Tekst
PSALM 26
1
Bewaar, o HEER’, mijn recht;
Want voorwaar, Uwe knecht
Wandelt in onschuld nu voortaan.
Op U staat mijn betrouwen,
In al mijn zwaar benauwen;
Daarom en zal ik niet vergaan.
2
HEER’, doorzoek mijn gemoed,
Proef mij in tegenspoed
Aan den proefsteen, in mijn ellend’.
Mijn hart en ook mijn nieren
Proef toch, HEER’, met den vieren,
Opdat ik recht werde bekend.
3
Want, Heer’, de ogen mijn
Vast’lijk geslagen zijn
Op Uwe genaad’ en goedheid;
En ik leide mijn leven
Naar den regel voorschreven;
Ik wandel in Uwe waarheid.
4
Der leugensprekers boos
Verzameling zeer loos,
Ik altijd, o Heer’, haten zal.
Met schalke mensen listig,
Die vals zijn ende twistig,
Heb ik niets gemeens overal.
5
Heer’, der godd’lozen kerk,
Haar ergheid en haar werk,
Haat ik altijd uit ’s harten grond;
Bij de schalken en bozen,
Noch ook bij de godd’lozen,
En zit ik, Heer’, tot genen stond.
6
Ik was mijn handen rein
Met onschuld in ’t gemein;
Ik geve mij tot ’t goed eenpaar,
En God, tot Uw off’randen
Schoon en zeer velerhanden,
Die men doet op Uwen altaar.
7
Opdat ik daar Uw eer
En heerlijkheid, o HEER’,
Zingen mag overluid en klaar;
En Uwe wonderwerken
Zeer groot, zo men kan merken,
Mag verkonden in ’t openbaar.
8
Ik heb, HEERE, bemind
En hartelijk bezind
Uw schoon huis, waar Gij wonen wilt;
De plaats daar men verkondet,
En ook altijd vermondet,
Uwen lof en prijs, Heere mild.
9
Laat mij niet zijn geteld,
Geplaagd, noch ook gekweld,
Met de boosdoeners obstinaat;
Neem toch niet weg mijn leven
Met die die hen begeven
Tot bloed storten uit nijd en haat.
10
De verraders vol nijd,
Uit listen, haat en spijt,
Verklagen mij met onrecht groot.
Zij lopen ende slaven
Om geschenken en gaven,
Die hen haast brengen tot der dood.
11
Maar ik wil, Heere, gaan
Vromelijk, en bestaan
In eenvoud met een oprecht hart.
Wees mij toch nu genadig,
O mijn God zeer weldadig,
Verlos mij uit angst ende smart.
12
Ik zie, Heer’, dat Gij mij
Hebt opgericht, en vrij
Gesteld op Uwen weg eerbaar.
Dies wil ik U, HEER’, prijzen,
Zingen en eer bewijzen,
In ’t midden Uwes volks eenpaar.
(Psalmberijming van Petrus Datheen)
Ontstaan
Inhoud
Muziek
Zettingen
Bewerkingen om te zingen
Bewerkingen om te spelen
Muziekuitgaven
Hymnologische informatie
Culturele informatie
Literatuur
Externe links
Voetnoten
| Dit artikel is helaas nog slechts een beginnetje. Kerkliedwiki nodigt u uit uw kennis te delen door het artikel te verbeteren. |