Tips nodig? Zo kun je een lied zoeken. Hier vind je een overzicht van alle liedbundels.
Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas.
|
Bewaar mij, Heer', wees toch mijn Toeverlaat
Mogelijk staat het wel in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
| Bewaar mij, Heer', wees toch mijn Toeverlaat | ||
| Vorm | Strofelied | |
| Herkomst | ||
| Taal | Nederlands | |
| Land | Nederland | |
| Periode | Omstreeks 1566 | |
| Psalm 16 | ||
| Schrijver | David (volgens opschrift) | |
| Latijnse titel | Conserva me, Domine | |
| Vulgaat | Psalm 15 | |
| Berijming | Psalmberijming van Petrus Datheen | |
| Tekst | ||
| Dichter | Petrus Datheen | |
| Bijbelplaats | Psalm 16 | |
| Metrisch | 10-11-10-11-11-11 | |
| Muziek | ||
| Componist | Loys Bourgeois | |
| Solmisatie | 1-7-6-5-3-5-5-4-4-3 | |
| Gebruik | ||
| Kerkelijk jaar | Veertigdagentijd Paastijd | |
| Trefwoord | HC Zondag 17 Van des Heilands opstanding | |
| Liedbundels | ||
| Bundel van Petrus Datheen 16 | ||
Bewaar mij, Heer', wees toch mijn Toeverlaat is een berijming van Psalm 16, deze berijming maakt deel uit van de Psalmberijming van Petrus Datheen. De tekst is van Petrus Datheen, de melodie is afkomstig uit de Geneefse Psalmen.
Inhoud
Opname beluisteren
Tekst
PSALM 16
1
Bewaar mij, Heer’, wees toch mijn Toeverlaat;
Op U betrouw ik vast met harten reine.
Dies spreekt mijn ziel tot U in dezen staat:
Gij hebt, Heer’, over mij de macht alleine;
Doch en komt uit mijn werken uitgelezen
Gans gene nut tot U, Heer’ hooggeprezen.
2
Mijn begeert’ is den vromen bij te staan,
Die geroemd zijn om haar godzalig leven;
Maar straf op straffe moet hen komen aan,
Die hen tot den afgoden vals begeven;
Bij haar bloedoff’ren ben ik niet gevonden,
Ja, haar namen en zal ik niet vermonden.
3
God is mijn Deel, Die mij bewaart nu voort.
Op U staat mijn rente gegrondet, Heere;
Dit heerlijk erfdeel, dat mij toebehoort,
Is mij in ’t schoonste geworden met ere.
Ja, ’t beste deel, dat gevonden kan wezen,
Is mij recht toegevallen, Heer’ geprezen.
4
Geloofd zij God, Die mij altijd wil zijn
Een Raadsheer, Die mij zo wel heeft beraden.
Want de nieren en de gedachten mijn
Hebben mij ’s nachts onderricht vroeg en spade.
Ik heb God voor ogen in mijn bezwaren,
Die mij bijstaat en mij wel wil bewaren.
5
Zie, daarom is mijn hart alzo verheugd,
Mijn tonge lacht, mijn vlees rust hier beneven,
Wetende dat Gij niet en wilt, noch meugt,
O Heer’, in ’t graf laten vergaan mijn leven;
Gij zult Uwen Heilige groot van waarde,
Gans niet laten verrotten in de aarde.
6
In den weg zult Gij doen gaan Uwen Knecht,
Die Hem brengt in ’t leven vrij uit benauwen;
Want daar is geen volkomen vreugd oprecht,
Dan in Uwes aanschijns heerlijk aanschouwen.
In Uwe hand is en blijft ook gestadig
De volheid aller blijdschap, Heer’ genadig.
(Psalmberijming van Petrus Datheen)
Ontstaan
Inhoud
Muziek
Zettingen
Bewerkingen om te zingen
Bewerkingen om te spelen
Muziekuitgaven
Hymnologische informatie
Culturele informatie
Literatuur
Externe links
Voetnoten
| Dit artikel is helaas nog slechts een beginnetje. Kerkliedwiki nodigt u uit uw kennis te delen door het artikel te verbeteren. |