Kerkliedwiki bundels.png
Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas
info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki verzorgt een wekelijkse podcast: Luistertroost! Onze alternatieve omgang met het kerklied, nu samen zingen in de kerk niet kan. Zo houden we de lofzang en de troost van liederen gaande.

Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas. Meer weten of vragen over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

De lofzang klimt uit Sions zalen

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit lied is te vinden in de volgende veelgebruikte liedbundel(s):
 Zangbundel Joh. de Heer 359 
Mogelijk staat het ook in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
De lofzang klimt uit Sions zalen
Vorm Strofelied
Herkomst
Taal Nederlands
Land Nederland
Psalm 65
Schrijver David (volgens opschrift)
Type Dankpsalm
Latijnse titel Te decet hymnus
Vulgaat Psalm 64
Berijming Psalmberijming van 1773
Tekst
Dichter Johannes Eusebius Voet
Bijbelplaats Psalm 65
Metrisch 9-6-9-6-9-6-9-6
Muziek
Melodie Psalm 72
Herkomst 1543/Lyon 1548
Solmisatie 3-3-3-6-3-4-3-2-1
Liedbundels
Zangbundel Joh. de Heer 359
Psalmberijming van 1773 65

De lofzang klimt uit Sions zalen is een berijming van Psalm 65 in de Psalmberijming van 1773. De melodie is van Psalm 72 uit de Geneefse Psalmen.

Opname beluisteren

  • Melodie gespeeld door Adriaan Arkeraats in de notatie van Liedboek (2013):

Tekst

1 De lofzang klimt uit Sions zaalen
Tot U, met stil ontzag;
Daar zal mijn U, o God! betaalen
Geloften, dag bij dag:
Gij hoort hen, die uw heil verwachten,
O Hoorder der gebeên!
Dies zullen allerlei geslachten
Ootmoedig tot U treên.

2 Een stroom van ongerechtigheden
Had d’ overhand op mij;
Maar ons weêrspannig overtreeden
Verzoent en zuivert Gij.
Welzalig, dien Gij hebt verkooren,
Dien G’ uit al ’t aardsch gedruisch
Doet naadren, en uw heilstem hooren,
Ja woonen in uw huis.

3 Daar zal ons ’t goede van uw wooning
Verzaaden, reis op reis,
En ’t heilig deel, o groote Koning!
Van uw geducht paleis.
Gij, Gij zult vreesselijke dingen
Ons, in gerechtigheid,
Doen hooren, en ons blij doen zingen
Van ’t heil, voor ons bereid.

4 O onze God! o vast vertrouwen
Van ’t allerverste land,
Op wien al ’s aardrijks einden bouwen,
En ’t wijdstgelegen strand!
Gij, die de hemelhooge bergen
Doet pal staan door uw kracht,
Zoodat zij vloed en stormen tergen,
Gij zijt omgord met magt.

5 ’t Gebruisch der zee doet Gij bedaaren,
Daar Gij haar golven stilt;
’t Rumoer der volken, als der baaren,
Betoomt Ge, waar Gij wilt.
Die d’ einden dezer aard bewoonen,
Aanschouwen, dag aan dag,
De teeknen, die uw almagt toonen,
Met vreez’ en diep ontzag.

Pauze

6 Gij geeft, dat d’ uitgang van den morgen
En van den avond juich’;
En dat men U, voor al uw zorgen,
Ootmoedig dank betuig’.
Het land bezoekt Gij met uw’ zegen,
En, door U droog gemaakt,
Verrijkt Gij ’t grootlijks weêr met regen,
Die tot den wortel raakt.

7 De Godsrivier doet G’ overvloeien,
En op ’t bereide land
Het nuttig koren weelig groeien.
Uw goddelijke hand
Maakt d’ opgeploegde voren dronken,
Tot uit de weeke kluit,
Daar ’t dropplend nat is ingezonken,
Gezegend voedsel spruit.

8 Uw goedheid kroont de jaargetijen:
Waar Gij uw’ voetstap zet,
Daar doet Gij ’t al ten zegen dijen;
Daar druipt het al van vet.
Het woeste veld vangt zelfs die droppen,
Zijn weide blijft niet droog;
De heuvels steeken blijde toppen
Met lachend groen omhoog.

9 De velden zijn bedekt met kudden;
De dalen zijn bekleed
Met halmen, die van zwaarte schudden,
En loonen ’s landsmans zweet.
Zij juichen, elk op zijne wijze;
Uw eer klimt uit het stof;
Zij zingen, uwen naam ten prijze,
Uw goedheid en uw’ lof.

Hymnologische informatie