Kerkliedwiki bundels.png
Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas
info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki bevat nu informatie over ruim 4.500 liederen! Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas.

Voor de puzzelliefhebbers is er nu de Kerkliedwiki Adventspuzzel 2019. Meer weten over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

Door wat voor grote eenzaamheden

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit lied is te vinden in de volgende veelgebruikte liedbundel(s):
 Liedboek 2013 582   Zingt Jubilate 379 
Mogelijk staat het ook in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
Door wat voor grote eenzaamheden
Vorm Strofelied
Herkomst
Taal Nederlands
Land Nederland
Tekst
Dichter Jan Willem Schulte Nordholt
Vertaler Eppie Dam (Fr)
Bijbelplaats Matteüs 26:36-46
Marcus 14:32-42
Lucas 22:39-46
Metrisch 9-8-9-6
Muziek
Componist Eric Jan Joosse
Melodie Door wat voor grote eenzaamheden
Solmisatie 6-1-7-6-7-1-2-7-7
Gebruik
Kerkelijk jaar Goede Vrijdag
Liedbundels
Liedboek 2013 582
Zingt Jubilate 379
 LB Fr 582   ZGel 4-17 

Door wat voor grote eenzaamheden is een lied voor Goede Vrijdag met tekst van Jan Willem Schulte Nordholt en muziek van Eric Jan Joosse (*1960).

Tekst

Jezus ging naar Gethsemane 'om daar te bidden' en het lied spreekt in dit verband van 'grote eenzaamheden' (strofe 1). Weliswaar heeft de Mensenzoon gezelschap van Petrus, Jakobus en Johannes als 'laatste drie die Hem behoorden' (strofe 2), maar 'die sliepen in Gethsemane'. Het evangelie vertelt dat Jezus zijn vrienden tot drie keer toe slapende vond (Mt. 26:45). De volslagen eenzaamheid van Jezus staat centraal in dit lied.

Muziek

Zie het artikel Zie Door wat voor grote eenzaamheden (melodie) voor een overzicht van alle (orgel)literatuur en koorbewerkingen van deze melodie.

Hymnologische informatie

Eppie Dam heeft de Friese vertaling gemaakt: Troch hokker grutte iensumheden

Literatuur

Zie: Commentaar bij Zingend Geloven, IV-17.