Kerkliedwiki bundels.png
Kerkliedwiki wijst je de weg naar meer dan 12.000 liederen!

Tips nodig? Zo kun je een lied zoeken. Hier vind je een overzicht van alle liedbundels.
Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas.

Meer weten of vragen over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki wijst je de weg naar meer dan 12.000 liederen! Tips nodig? Zo kun je een lied zoeken. Hier vind je een overzicht van alle liedbundels.

Nu verkrijgbaar: 'Op andere lippen', een cd met liederen bij een afscheid. Lees meer over dit project.

Wil je ons werk financieel steunen? Hier vind je meer over doneren. Heb je vragen over de Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

Gij mensen al, hoort en wilt toch verstaan

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit lied is niet te vinden in één van de veelgebruikte liedbundels.
Mogelijk staat het wel in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
Gij mensen al, hoort en wilt toch verstaan
Vorm Strofelied
Herkomst
Taal Nederlands
Land Nederland
Periode Omstreeks 1566
Psalm 49
Schrijver Zonen van Korach (volgens opschrift)
Type Leergedicht
Latijnse titel Audite hæc, omnes
Vulgaat Psalm 48
Berijming Psalmberijming van Petrus Datheen
Tekst
Dichter Petrus Datheen
Bijbelplaats Psalm 49
Metrisch 10-10-10-10-10-10-11-11
Muziek
Componist Maistre Pierre
Solmisatie 1-1-2-3-3-4-3-2-2-1
Gebruik
Trefwoord In bestreiding over des goddelozen voorspoed
HC Zondag 5 Van de voldoening
HC Zondag 22 Van de opstanding des vleses
Liedbundels
Bundel van Petrus Datheen 49

Gij mensen al, hoort en wilt toch verstaan is een berijming van Psalm 49, deze berijming maakt deel uit van de Psalmberijming van Petrus Datheen. De tekst is van Petrus Datheen, de melodie is afkomstig uit de Geneefse Psalmen.

Opname beluisteren

Tekst

PSALM 49

1
Gij mensen al, hoort en wilt toch verstaan,
Gij volken al, komt en treedt hier vooraan;
Gij gemeen volk, ook die als heren leeft,
Rijk, arm en krank, u tot horen begeeft.
Wijsheid zal u uitspreken de mond mijn,
En van verstandige reden vol zijn;
Goede spreuken hoor ik zonder vervelen;
Op mijn harp wil ik grote dingen spelen.

2
Waarom zal ik mij in angst zo verslaan,
Al ben ik nu omringd en ook gevaân
Van de bozen, die op mij hebben acht,
Dat ik van hen tot niet werde gebracht;
Die hen verlaten op al haar groot goed,
En daarop dragen enen hogen moed?
Doch d’ een’ broeder houdt d’ ander’ niet in ’t leven,
Hij kan God niets tot een rantsoengeld geven.

3
Want dat rantsoen valt den mense te zwaar,
Hij kan geenszins dat opleggen voorwaar;
Al leeft hij lang zonder in ’t graf te gaan,
Nog moet hij zulks alles laten aanstaan.
Dat de wijzen sterven men daag’lijks ziet,
Evenals de dwazen met groot verdriet;
Haar goed daarna bezitten en verzwenden
Vreemden, die zij nooit zagen noch en kenden.

4
Toch is haren lust en haar spreken al,
Dat haar huis eeuwiglijk vast blijven zal;
En haar plaatsen, die naar hen zijn genaamd,
Kindskind’ren erven zullen onbeschaamd.
Maar of ze schoon hier hebben heerlijkheid,
Ze behouden die niet in eeuwigheid;
Maar de pofhansen, geacht groot van staten,
Moeten als ’t vee daarvan, en alles laten.

5
Niet dan ijdelheid en is al haar doen;
Nochtans van hare kind’ren kloek en koen,
Werdt dit geprezen steeds met groten vliet;
Zij doen zulks na, nochtans is ’t min dan niet.
Met hopen varen zij ter helle breed,
En worden doorknaagd van den dood zeer wreed;
Maar die vroom zijn van harten en van zinnen,
Zullen heersen en de booz’ overwinnen.

6
Der bozen roem en stoutheid zal vergaan;
In der helle blijven zij steeds gevaân.
Maar daarvan zal God mij bevrijden recht,
Omdat Hij mij neemt aan tot Zijnen knecht.
Daarom en vreest niet als gij ziet of hoort
Dat iemand rijk wordt en getrokken voort;
Want stervende draagt hij met hem geen have,
Zijn ere wordt ook met hem niet begraven.

7
Zij troosten hen in dezen overvloed,
En prijzen dien die maken goeden moed;
Maar zij moeten tot haar vaders haast vliên,
Daar ze Gods heerlijkheid niet zullen zien.
Summa, als een mens komt tot heerlijkheid,
Zo wordt hij door zijn onverstandigheid
Den vee gelijk (groot’lijks tot zijne blamen),
Welkers ziel ende lijf vergaan tezamen.

(Psalmberijming van Petrus Datheen)

Ontstaan

Inhoud

Muziek

Zettingen

Bewerkingen om te zingen

Bewerkingen om te spelen

Muziekuitgaven

Hymnologische informatie

Culturele informatie

Literatuur

Externe links

Voetnoten

Beginnetje 2.png Dit artikel is helaas nog slechts een beginnetje. Kerkliedwiki nodigt u uit uw kennis te delen door het artikel te verbeteren.