Kerkliedwiki bundels.png
Kerkliedwiki wijst je de weg naar meer dan 12.000 liederen!

Tips nodig? Zo kun je een lied zoeken. Hier vind je een overzicht van alle liedbundels.
Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas.

Meer weten of vragen over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki wijst je de weg naar meer dan 12.000 liederen! Tips nodig? Zo kun je een lied zoeken. Hier vind je een overzicht van alle liedbundels.

Nu verkrijgbaar: 'Op andere lippen', een cd met liederen bij een afscheid. Lees meer over dit project.

Wil je ons werk financieel steunen? Hier vind je meer over doneren. Heb je vragen over de Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

Gij raadsheren, laat mij toch horen

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit lied is niet te vinden in één van de veelgebruikte liedbundels.
Mogelijk staat het wel in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
Gij raadsheren, laat mij toch horen
Vorm Strofelied
Herkomst
Taal Nederlands
Land Nederland
Periode Omstreeks 1566
Psalm 58
Schrijver David (volgens opschrift)
Latijnse titel Si vere utique
Vulgaat Psalm 57
Berijming Psalmberijming van Petrus Datheen
Tekst
Dichter Petrus Datheen
Bijbelplaats Psalm 58
Metrisch 5-6-6-5-1-7-1-6-5
Muziek
Componist Maistre Pierre
Solmisatie 9-8-8-9-8-8
Liedbundels
Bundel van Petrus Datheen 58

Gij raadsheren, laat mij toch horen is een berijming van Psalm 58, deze berijming maakt deel uit van de Psalmberijming van Petrus Datheen. De tekst is van Petrus Datheen, de melodie is afkomstig uit de Geneefse Psalmen.

Opname beluisteren

Tekst

PSALM 58

1
Gij raadsheren, laat mij toch horen,
Die mij tegen zijt allegaar;
Zegt mij eens ter trouwe voorwaar:
Is ’t ook recht, dat gij u neemt voren?
Zegt gij Adams kind’ren wel ân?
Zoekt gij recht te doen iederman?

2
Och neen gij, maar in uwe dagen
En bedenkt gij niet dan boosheid
En allerlei ongerecht’heid,
Met uw valse maten en wagen.
De bozen zijn van God zo zaan
Vervreemd, als zij ’t leven ontvaân.

3
Zo haast zij verwerven dit leven,
Door leugenen wijken zij af;
Zij gaan zwanger met gif zeer straf,
Als een slange tot kwaad begeven;
Als een adder loos die niet hoort
Des gezangs niet een enkel woord.

4
Zij wil den tovenaar niet horen,
Hoe lief en schoon dat hij ook spreekt.
De keel en tanden, HEER’, hun breekt
Door Uw kracht, die Gij pleegt t’ oorboren;
Breekt hun de tanden; want zo fel
Zijn zij als jonge leeuwen snel.

5
Als water dat daar vloeit op aarden,
Zullen zij ook van zelfs vergaan.
Haar pijlen, die ze schieten zaan,
Zullen t’zamen gebroken werden.
Zij werden haastelijk versmacht,
Als slakken, die niemand en acht.

6
Gelijk een ontijdig kind stervet,
Eer ’t den dag ziet of zonneschijn;
Gelijk onrijpe vruchten zijn,
Haast verdwijnt, alzo ook verdervet
God de jonge doornen met smaad,
Eer ze rijp worden en gans kwaad.

7
Dan zal de vrome verheugd wezen,
Die met benauwdheid was bevaân,
Ziende de godd’lozen vergaan,
Door de wrake Godes geprezen.
Hij zal hem baden in dat bloed
Des bozen, en zo spreken vroed:

8
De rechtvaardige zal niet lijden
Tevergeefs, dat is openbaar.
Hij zal zulks genieten hiernaar,
En hem zeer heerlijk nog verblijden.
Want een Rechter zal de God mijn
Over goeden en kwaden zijn.

(Psalmberijming van Petrus Datheen)

Ontstaan

Inhoud

Muziek

Zettingen

Bewerkingen om te zingen

Bewerkingen om te spelen

Muziekuitgaven

Hymnologische informatie

Culturele informatie

Literatuur

Externe links

Voetnoten

Beginnetje 2.png Dit artikel is helaas nog slechts een beginnetje. Kerkliedwiki nodigt u uit uw kennis te delen door het artikel te verbeteren.