Tips nodig? Zo kun je een lied zoeken. Hier vind je een overzicht van alle liedbundels.
Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas.
|
God, Die der goden Heer' is, spreken zal
Mogelijk staat het wel in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
| God, Die der goden Heer' is, spreken zal | ||
| Vorm | Strofelied | |
| Herkomst | ||
| Taal | Nederlands | |
| Land | Nederland | |
| Periode | Omstreeks 1566 | |
| Psalm 50 | ||
| Schrijver | Asaf (volgens opschrift) | |
| Latijnse titel | Deus deorum | |
| Vulgaat | Psalm 49 | |
| Berijming | Psalmberijming van Petrus Datheen | |
| Tekst | ||
| Dichter | Petrus Datheen | |
| Bijbelplaats | Psalm 50 | |
| Metrisch | 10-10-10-10-11-11 | |
| Muziek | ||
| Componist | Loys Bourgeois | |
| Solmisatie | 6-5-4-3-5-6-5-4-3-2 | |
| Gebruik | ||
| Trefwoord | HC Zondag 41 Van het zevende gebod | |
| Liedbundels | ||
| Bundel van Petrus Datheen 50 | ||
God, Die der goden Heer’ is, spreken zal, is een berijming van Psalm 50, deze berijming maakt deel uit van de Psalmberijming van Petrus Datheen. De tekst is van Petrus Datheen, de melodie is afkomstig uit de Geneefse Psalmen.
Inhoud
Opname beluisteren
Tekst
PSALM 50
1
God, Die der goden Heer’ is, spreken zal,
En samenroepen dat gans’ aardse dal,
Van den opgang tot den nedergang breed.
Uit Sion komt God, Die daar is bekleed
Met heerlijkheid en schoonheid hooggeprezen;
Onze God komt, Die niet stille zal wezen.
2
Voor Hem gaat een fel verslindende vier;
Een groot onweder komt met Hem tot hier.
Hij zal hemel en aard’ aanspreken wel,
En Zijn volk richten, zeggende zeer snel:
Verzaamt Mij Mijn heil’gen, die met vertrouwen
Offeren, en Mijn verbond onderhouwen.
3
En gij, hemels, zult melden overbreid
Gods des Rechters grote gerechtigheid.
Hoort, Mijn volk, Ik spreek u aan in ’t gemeen,
Ik ben uw God, daar is ook anders geen;
Ik zal u niet straffen om uw off’randen,
Die Ik hebbe geëist van uwe handen.
4
Van u iets te nemen heb Ik geen nood,
Ossen noch bokken, ’tzij klein ofte groot;
Want al het vee der bossen dat is Mijn,
Ook de dieren, die met duizenden zijn
Op de bergen; ja, de vogelkens kleine
En ’t gedierte des velds is Mijn alleine.
5
Al hongerde Mij, Ik en zei ’t u niet;
Want ’t aardrijk is Mijn, met al dat men ziet.
Meent gij dat Ik ossenvlees eten moet,
Of tot drank behoeve der bokken bloed?
Neen Ik; maar offert dankzegging met zingen,
En wilt uw beloften doen en volbringen.
6
Roept Mij aan, en Ik zal u in den nood
Helpen, en gij zult Mijn Naam maken groot.
Maar God spreekt de schalken aan zeer verstoord:
Waarom verkondigt gij alzo Mijn woord,
En neemt Mijn bond in uwen bozen monde,
Dewijl gij Mijn straffe haat in den gronde?
7
Nadat gij ook hebt Mijn gebod versmaad,
En als gij nog een dief ziet, met hem gaat;
Dien zijt gij gelijk, ja, ook toegedaan.
Van echtbrekers wilt gij u niet ontslaan;
Den mond opent gij tot schenden en smaden,
Uw tonge kan niet dan liegen en schaden.
8
Gij zit en relt van uwen broeder kwaad,
En met achterklap gij hem zeer belaadt;
Dit doet gij, en omdat Ik zwijge stil,
Gij meent dat Ik u gelijk wezen wil;
Maar Ik zal u nog onder ogen stellen
Uw zond’, en u daarom straffen en kwellen.
9
Och, wil toch dit merken en wel verstaan,
Gij die God gans vergeet, hoor dit vermaan;
Opdat gij niet zonder hulp haast vergaat.
Die dankoffert, die eert Mij metterdaad,
Spreekt God; en die dezen weg gaan en treden,
Zullen Mijn heil overkomen in vrede.
(Psalmberijming van Petrus Datheen)
Ontstaan
Inhoud
Muziek
Zettingen
Bewerkingen om te zingen
Bewerkingen om te spelen
Muziekuitgaven
Hymnologische informatie
Culturele informatie
Literatuur
Externe links
Voetnoten
| Dit artikel is helaas nog slechts een beginnetje. Kerkliedwiki nodigt u uit uw kennis te delen door het artikel te verbeteren. |