Kerkliedwiki bundels.png
Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas
info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki verzorgt een wekelijkse podcast: Luistertroost! Onze alternatieve omgang met het kerklied, nu samen zingen in de kerk niet kan. Zo houden we de lofzang en de troost van liederen gaande.

Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas. Meer weten of vragen over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

Heer Jezus, neem mijn handen

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit lied is te vinden in de volgende veelgebruikte liedbundel(s):
Zangbundel Joh. de Heer 321
Mogelijk staat het ook in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
Heer Jezus, neem mijn handen
Vorm Strofelied
Herkomst
Titel So nimm denn meine Hände
Taal Duits
Land Duitsland
Periode 1862
Tekst
Dichter Julie Katharina Hausmann
Vertaler Johannes de Heer
Metrisch 7-4-7-4-7-4-7-4
Muziek
Componist Philipp Friedrich Silcher
Melodie So nimm denn meine Hände
Solmisatie 5-6-5-4-3-3-2-3-4-5-3
Liedbundels
Zangbundel Joh. de Heer 321

Heer Jezus, neem mijn handen is een vrije vertaling/bewerking, door Johannes de Heer, van So nimm denn meine Hände (zie daar), een lied van Julie Katharina Hausmann. Het is voorzien van een melodie van Philipp Friedrich Silcher.

Opname beluisteren

Tekst

1 Heer Jezus, neem mijn handen,
En leid mij voort
Langs steile afgrondsranden
Naar ’t hemelsch oord.
’k Kan zonder U niet leven,
Niet gaan of staan;
Als Gij mij zoudt begeven
Zou ’k rasch vergaan.

2 Al wat U eertijds griefde,
Verzoend door ’t bloed,
Verborgen in Uw liefde,
Is ’t mij thans goed.
Ik zit nu aan Uw voeten
Zoo kalm en stil;
Daar leer ik U ontmoeten,
Verstaan Uw wil.

3 Behoed mij voor verkoelen
Voor Satans macht;
Doe mij Uw hand gevoelen
In donk’ren nacht.
Heer Jezus, neem mijn handen
In Uwe hand,
Om veilig aan te landen
In ’t Vaderland.

Muziek

Hymnologische informatie

Het lied is vanaf de 1e uitgave (1905) opgenomen in de Zangbundel Joh. de Heer.