Tips nodig? Zo kun je een lied zoeken. Hier vind je een overzicht van alle liedbundels.
Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas.
|
Hoezeer dat mijn ziel is gekweld
Mogelijk staat het wel in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
| Hoezeer dat mijn ziel is gekweld | ||
| Vorm | Strofelied | |
| Herkomst | ||
| Taal | Nederlands | |
| Land | Nederland | |
| Periode | Omstreeks 1566 | |
| Psalm 62 | ||
| Schrijver | David (volgens opschrift) | |
| Latijnse titel | Nonne Deo? | |
| Vulgaat | Psalm 61 | |
| Berijming | Psalmberijming van Petrus Datheen | |
| Tekst | ||
| Dichter | Petrus Datheen | |
| Bijbelplaats | Psalm 62 | |
| Metrisch | 8-8-9-8-8-9 | |
| Muziek | ||
| Componist | Loys Bourgeois | |
| Melodie | Psalm 24 Psalm 95 Psalm 111 | |
| Solmisatie | 2-6-4-5-5-4-3-2 | |
| Gebruik | ||
| Trefwoord | Geloofsvertrouwen HC Zondag 42 Van het achtste gebod | |
| Liedbundels | ||
| Bundel van Petrus Datheen 62 | ||
Hoezeer dat mijn ziel is gekweld is een berijming van Psalm 62, deze berijming maakt deel uit van de Psalmberijming van Petrus Datheen. De tekst is van Petrus Datheen, de melodie is afkomstig uit de Geneefse Psalmen.
Inhoud
Opname beluisteren
Tekst
PSALM 62
1
Hoezeer dat mijn ziel is gekweld,
In God werdt zij gerustgesteld;
Want Hij is mijn Toevlucht allene,
Mijn Troost, mijn Bijstand in den nood,
Mijn Kracht, Die mij voor den val groot
Zeer wel bewaart, en anders gene.
2
Hoelange zult gij allen staan,
Om te schaden en dood te slaan?
Gij wordt nog met schanden versteken;
Als een wand die daar valt, zult gij,
En als een oude muur daarbij,
Vanzelf vergaan, scheuren en breken.
3
Zij en gedenken anders niet
Dan om t’ onderdrukken met vliet
Hem dien Gij wilt verheffen, Heere;
Leugen behaagt hen metterdaad,
Haar woord is zoet, maar ’t harte kwaad
Is vol vloekens en vol onere.
4
Maar gij, mijn ziel, wil toch voortaan
Met geduld op den Heere staan;
Op Hem staat mijn hoop en betrouwen;
Hij is mijn Troost, en niemand el,
Mijn Heiland, Die mij bewaart wel;
Geen schand’ noch leed kan mij benauwen.
5
God is mijn Eer, mijn Heil, mijn Kracht,
Mijn Toevlucht, mijn Sterkte, mijn Macht.
Gij volkeren, wilt Hem betrouwen;
Komt en stortet toch allegaar
Voor God uwe harten eerbaar;
Op Hem alleen willen wij bouwen.
6
Maar de mensen machtig en rijk
Zijn ijdelheid allen gelijk;
Ieder van hen te feilen pleget.
Weegt ijdelheid, en ook met dien
De mensen al, zo zult gij zien
Dat ijdelheid veel zwaarder weget.
7
Op onrecht u toch niet verlaat,
Op geweld noch stelen niet staat;
Wilt aan ijdel’ dingen niet hangen.
Komt u ’t goed toe met overvloed,
Wilt daarmee uw hart en gemoed
Geenszins laten wezen bevangen.
8
De Heer’ spreekt dikwijls in Zijn Woord,
Alzo ik dat hebbe gehoord,
Dat Hij allene zij almachtig.
Gij zijt, Heer’, vol genade zoet,
Die den mense wat recht is doet,
Naar zijnen doen, door Uw hand krachtig.
(Psalmberijming van Petrus Datheen)
Ontstaan
Inhoud
Muziek
Zettingen
Bewerkingen om te zingen
Bewerkingen om te spelen
Muziekuitgaven
Hymnologische informatie
Culturele informatie
Literatuur
Externe links
Voetnoten
| Dit artikel is helaas nog slechts een beginnetje. Kerkliedwiki nodigt u uit uw kennis te delen door het artikel te verbeteren. |