Kerkliedwiki bundels.png
Kerkliedwiki wijst je de weg naar meer dan 9.000 liederen!

Tips nodig? Zo kun je een lied zoeken. Hier vind je een overzicht van alle liedbundels.
Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas.

Meer weten of vragen over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki wijst je de weg naar meer dan 9.000 liederen! Tips nodig? Zo kun je een lied zoeken. Hier vind je een overzicht van alle liedbundels.

Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas. Meer weten of vragen over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

Geef, Heer, den Koning uwe rechten

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit lied is te vinden in de volgende veelgebruikte liedbundel(s):
Op Toonhoogte 2015 29 Zangbundel Joh. de Heer 375
Mogelijk staat het ook in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
Geef, Heer, den Koning uwe rechten
Psalm 72
Schrijver Salomo (volgens opschrift)
Type Koningspsalm
Latijnse titel Deus, iudicium
Vulgaat Psalm 71
Berijming Psalmberijming van 1773
Tekst
Dichter Johannes Eusebius Voet
Metrisch 9-6-9-6-9-6-9-6
Muziek
Componist Louis Bourgeois
Melodie Psalm 72
Solmisatie 3-3-3-6-3-4-3-2-1
Liedbundels
Op Toonhoogte 2015 29
Zangbundel Joh. de Heer 375
Psalmberijming van 1773 72

Geef, Heer, den Koning uwe rechten is de beginregel van Psalm 72 in de Psalmberijming van 1773. de Zangbundel Joh. de Heer heeft daarvan de strofen 6 ( Ja, elk der vorsten zal zich buigen ) , 7, 8 en 11. Op Toonhoogte 2015 heeft de strofen 1, 2, 4, 7 en 11.

Opname beluisteren

Tekst

1 Geef, Heer, den Koning uwe rechten,
En uw gerechtigheid
Aan ’s Konings zoon, om uw knechten
Te richten met beleid:
Dan zal Hij al uw volk beheeren,
Rechtvaardig, wijs, en zacht;
En uw ellendigen regeeren;
Hun recht doen op hun klagt.

2 De bergen zullen vrede draagen,
De heuvels heilig recht:
Hij zal hun vrolijk op doen daagen
Het heil, hun toegezegd.
’t Ellendig volk wordt dan uit lijden
Door zijnen arm gerukt;
Hij zal nooddruftigen bevrijden;
Verbrijzlen, wie verdrukt.

3 Zij zullen U eerbiedig vreezen,
Zoo lang er zon of maan
Bij ’t nageslacht ten licht zal weezen,
En op en ondergaan.
Hij zal gelijk zijn aan den regen,
Die daalt op ’t laate gras;
Aan droppels, die met milden zegen
Besproeien ’t veldgewas.

4 ’t Rechtvaardig volk zal weelig groeien:
Daar twist en wrok verdwijnt,
Zal alles door den vrede bloeien,
Tot dat geen maan meer schijnt.
Van zee tot zee zal Hij regeeren,
Zoo ver men volkren kent;
Men zal Hem van d’ Eufraat vereeren,
Tot aan des aardrijks end.

5 Het woeste volk zal voor Hem knielen:
Zijn vijand lekt het stof;
En Tharsis voert, met rijke kielen,
Geschenken naar zijn hof:
Met giften zullen langs de stroomen
De Koningen der zee,
En Scheba nevens Seba komen,
Hem smeekend’ om den vreê.

Pauze

6 Ja elk der volken zal zich buigen,
En vallen voor Hem neêr;
Al ’t heidendom zijn’ lof getuigen,
Dienstvaardig tot zijn eer.
’t Behoeftig volk, in hunne nooden,
In hun ellend’ en pijn,
Gansch hulpeloos tot Hem gevlooden,
Zal Hij ten redder zijn.

7 Nooddruftigen zal Hij verschoonen;
Aan armen, uit genaê,
Zijn hulpe ter verlossing toonen:
Hij slaat hun zielen gaê,
Als hen geweld en list bestrijden,
Al gaat het nog zoo hoog:
Hun bloed, hun traanen, en hun lijden,
Zijn dierbaar in zijn oog.

8 „Zoo moet’ de Koning eeuwig leeven!”
Bidt elk met diep ontzag:
Men zal Hem ’t goud van Scheba geeven;
Hem zeegnen dag bij dag.
Is op het land een handvol koren,
Gekoesterd door de zon;
’t Zal op ’t gebergt geruisch doen hooren,
Gelijk de Libanon.

9 De stedelingen zullen bloeien,
Gelijk het malsche kruid;
Zijn naam en roem zal eeuwig groeien.
Ook zal, eeuw in eeuw uit,
Het nageslacht zijn grootheid zingen,
Zoolang het zonlicht schijn’:
Hun zal een schat van zegeningen,
In Hem, ten erfdeel zijn.

10 Dan zal, na zooveel gunstbewijzen,
’t Gezegend heidendom
’t Geluk van dezen Koning prijzen,
Die Davids troon beklom.
Geloofd zij God, dat eeuwig Wezen,
Bekleed met moogendheên;
De Heer, in Israël gepreezen,
Doet wondren, Hij alleen.

11 Zijn naam moet’ eeuwig’ eer ontvangen;
Men loov’ Hem vroeg en spaê:
De weereld hoor’, en volg’ mijn zangen
Met Amen, Amen, na.

Ontstaan

Inhoud

Muziek

Muziekuitgaven

Hymnologische informatie

De strofen 6, 7, 8 en 11 zijn vanaf de 1e uitgave (1905) opgenomen in de Zangbundel Joh. de Heer.

Culturele informatie

Literatuur

Externe links

Beginnetje 2.png Dit artikel is helaas nog slechts een beginnetje. Kerkliedwiki nodigt u uit uw kennis te delen door het artikel te verbeteren.