Kerkliedwiki bundels.png
Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas
info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki verzorgt een wekelijkse podcast: Luistertroost! Onze alternatieve omgang met het kerklied, nu samen zingen in de kerk niet kan. Zo houden we de lofzang en de troost van liederen gaande.

Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas. Meer weten of vragen over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

Looft den HEER, want Hij is goed

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit lied is niet te vinden in één van de veelgebruikte liedbundels.
Mogelijk staat het wel in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
Looft den HEER, want Hij is goed
Vorm Strofelied
Psalm 136
Latijnse titel Confitemini
Vulgaat Psalm 135
Berijming Psalmberijming van 1773
Tekst
Dichter Genootschap Laus Deo, Salus Populo
Metrisch 7-7-7-7
Muziek
Componist Walter Bond Gilbert (b)
Melodie Psalm 136 (a)
Maidstone (b)
Herkomst Genève 1562 (a)
Solmisatie 5-5-1-2-3-4-5 (a)
5-6-7-1-2-3-4-3-2-3 (b)
Liedbundels
Psalmberijming van 1773 136
Opwekkingsliederen Bromet 141

Looft den HEER, want Hij is goed is een berijming van Psalm 136 in de psalmberijming van 1773.

Tekst

Psalm 136
1 Looft den Heer, want Hij is goed;
Looft Hem met een blij gemoed;
Want zijn gunst, alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

2 Looft den grooten God, wiens troon
Hooger rijst dan die der goôn;
Want zijn gunst, alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

3 Looft der heeren Opperheer;
Buigt u needrig voor Hem neêr;
Want zijn gunst, alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

4 Looft Gods magt, die onbeperkt,
Gadelooze wondren werkt;
Want zijn gunst, alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

5 Looft Gods wijsheid: door zijn woord
Bragt Hij al de heemlen voort;
Want zijn gunst, alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

6 D’ aard hief uit der waatren schoot
Zich omhoog, toen ’t God gebood;
Want zijn gunst, alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

7 God schiep aan des hemels trans
Groote lichten, rijk van glans;
Want zijn gunst, alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

8 Aan de zon schonk God gezag
D’ opperheerschappij bij dag;
Want zijn gunst, alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

9 Maan en sterren, min in pracht,
Schonk Hij heerschappij bij nacht;
Want zijn gunst, alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

I. Pauze

10 Looft Hem, die Egyptens Staat
Sloeg in ’t eerstgebooren zaad;
Want zijn gunst, alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

11 Looft den Heer, wiens heerschappij
Isrel voerd’ uit slavernij;
Want zijn gunst, alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

12 Looft den Heer, wiens sterke hand
Isrel leidd’ uit Faroos land;
Want zijn gunst, alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

13 Looft Hem, die het roode meir
Heeft verdeeld voor Mozes heir;
Want zijn gunst, alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

14 Die, door dien verdeelden plas,
Israëls geleider was;
Want zijn gunst, alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

15 Die vorst Faroos legermagt
In de schelfzee t’ onderbragt;
Want zijn gunst, alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

16 Die zijn volk, als bij de hand,
Leidde door woestijn en zand;
Want zijn gunst, alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

17 Die, tot weering van ’t geweld,
Koningen heeft neêrgeveld;
Want zijn gunst, alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

18 Die de vorsten, trotsch van moed,
Heeft doen smooren in hun bloed;
Want zijn gunst, alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

II. Pauze

19 Looft Hem, die den Amoriet
Van zijn’ grootschen zetel stiet;
Want zijn gunst, alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

20 Looft Hem, wiens geduchte magt
Bazans Koning t’ onderbragt;
Want zijn gunst, alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

21 Die hun land, dat d’ oogen streelt,
Israël heeft toegedeeld;
Want zijn gunst, alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

22 Looft Hem, nu die erfenis
Naar zijn woord bevestigd is;
Want zijn gunst, alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

23 Die in onzen laagen stand
Ons genadig bood de hand;
Want zijn gunst, alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

24 Die ons, onder ’t leed gebukt,
Heeft uit ’s vijands magt gerukt;
Want zijn gunst, alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

25 Looft Hem, looft Hem, al wat leeft,
Die al ’t vleesch zijn voedsel geeft;
Want zijn gunst, alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

26 Geeft den God des hemels eer;
Lof zij aller schepslen Heer’;
Want zijn gunst, alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

Muziek

Hymnologische informatie

Meier Salomon Bromet publiceerde de strofen 1-6 en 26 op Maidstone (melodie) van Walter Bond Gilbert (1829-1910). Zie de zetting hieronder:

Psalm 136