Kerkliedwiki bundels.png
Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas
info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki verzorgt een wekelijkse podcast: Luistertroost! Onze alternatieve omgang met het kerklied, nu samen zingen in de kerk niet kan. Zo houden we de lofzang en de troost van liederen gaande.

Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas. Meer weten of vragen over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

Nu wij naad'ren tot het water

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit lied is niet te vinden in één van de veelgebruikte liedbundels.
Mogelijk staat het wel in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
Nu wij naad'ren tot het water
Vorm Strofelied
Herkomst
Taal Nederlands
Land Nederland
Periode 1982
Tekst
Dichter Hans Mudde
Bijbelplaats Matteüs 3:13-17
Metrisch 8-6-5-7-7
Muziek
Componist Dick Troost
Solmisatie 1-7-3-2-1-7-6-7
Gebruik
Kerkelijk jaar Paasnacht
Thema Doop
Liedbundels
Op de wijze van het lied 76
Zingend Geloven 2-75

De eerste regel van iedere strofe luidt: Nu wij naad'ren tot het water. Hans Mudde schreef de tekst, en Dick Troost de melodie.

Inhoud

Tekst

Ontstaan

Dit lied dateert uit 1982 en is gedacht als lied voorafgaand aan de bediening van de doop.Mudde schreef zijn tekst oorspronkelijk op de melodie van Luther's Paaslied 'Jesus Christus unser Heiland'.

Inhoud

De oudtestamentische achtergronden van de doop spelen een belangrijke rol in dit lied. Hier en nu naar het doopwater gaan is in wezen weer de weg gaan, die Israël ging uit Egypte door de zee en de woestijn naar het beloofde land. In de Exodus-verhalen wordt ons die weg diepgaand getekend. Zo zijn de verschillende aspecten van deze exodus, deze uittocht, herkenbaar in dit lied.

In strofe 1 de zee 'die door moest laten / wie in het diensthuis zaten'; in strofe 2 de gevaren van de woestijn, veertig jaar lang, 'maar één God zal met ons zijn'; in strofe 3 de wolk als teken van Gods voorgaan, in strofe 4 het vuur, de lichtkolom 'van waken en van wachten', in strofe 5 het brood, het manna 'dat ons verzadigt' als een 'wonder bij het morgenrood'. In strofe 6 de rots 'die ons zal laven' en in strofe 7 de Jordaan als grensrivier van woestijn en het beloofde land, maar ook als de dooprivier van Jezus. Al deze aspecten in dit lied monden uit in het uitzicht van het 'eeuwig groene Kanaän'. (Bron: toelichting ontleend aan het Documentatieblad bij Zingend Geloven, II-118 (oude nummering).)

De zeven vijfregelige strofen hebben als rijmschema: a b c c b.

Suggestie voor gebruik

Dit lied kan gezongen worden voorafgaand aan het bidden van het Zondvloedgebed.

Muziek

Op verzoek van de redactie van 'Zingend Geloven' schreef Dick Troost een melodie bij dit lied van Hans Mudde. De toonsoort is a kleine terts. De belangrijkste intervallen zijn de reine kwart en secunde. De zevende noot van de toonladder (leidtoon) krijgt als slotnoot van de tweede regel tijdelijk tonica-betekenis (= rustpunt). De melodie bestaat uit steeds stijgende en dalende curven, waarmee een golvende beweging van de woorden 'water' en 'zee' gerealiseerd wordt. De tekst van elk couplet bereikt in de laatste regel een zeker hoogtepunt, melodisch onderstreept door het bereiken van de hoogste noot d-twee gestreept. De melodie van regel 1 keert in de laatste regel terug, krijgt echter een stuwender vervolg, met als afsluiting een dalende kwart.