Kerkliedwiki bundels.png
Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas
info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki verzorgt een wekelijkse podcast: Luistertroost! Onze alternatieve omgang met het kerklied, nu samen zingen in de kerk niet kan. Zo houden we de lofzang en de troost van liederen gaande.

Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas. Meer weten of vragen over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

Straks groeten w' onze moederstranden

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit lied is niet te vinden in één van de veelgebruikte liedbundels.
Mogelijk staat het wel in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
Straks groeten w' onze moederstranden
Lied voor zendelingen
Vorm Strofelied
Herkomst
Taal Nederlands
Land Nederland
Periode 19e eeuw
Tekst
Dichter Jan Jacob Lodewijk ten Kate
Muziek
Componist Johannes Gijsbertus Bastiaans
Liedbundels
Hervormde Bundel 1938 110

Straks groeten w' onze moederstranden is een Lied voor zendelingen in de Vervolgbundel op de evangelische gezangen uit 1869. Het is daarin opgenomen als Gezang 249.

Tekst

1 Straks groeten w’ onze moederstranden
En tarten wind en golfgebruis;
Verbroken zijn all’ aardsche banden,
Verlaten is het ouderhuis.
Wij zwerven, waar de wimpels weemlen,
Op d’ ademtogt van Hem, die leeft,
Van Hem, die aarde, zee en heemlen
Met al hun heir geschapen heeft.

2 Het ga ten leven, 't ga ten doode,
Hem klopt ons hart, Hem looft ons lied.
Hij, die zich wijdt tot hemelbode,
Hij rekent op deez’ aarde niet.
Er wacht een haven ons na ’t zwerven;
Wij ankren in der eeuwen Rots,
Zoo w’ uw gemeenschap nimmer derven,
O, eerst’ en grootste Zendling Gods!

3 De stem, die fluistert in onz’ ooren,
Gelijk der Englen harpgezang,
Is waard, dat wij haar dankend hooren,
Dat wij haar volgen levenslang.
Hier werd nog nooit een hart bedrogen:
De hoop maakt sterk, ’t geloof verwint;
Het doel blinkt heerlijk in onz’ oogen,
Ook waar de weg in nacht begint.

4 De broederkring is wijd getrokken,
Om zeeën en gebergten heen;
Toch zal geen magt zijn ringmuur schokken:
’t Cement der liefde hecht aanéén.
Eendragtig werken w’ onder ’t zwerven,
Gezegend meest op ’t onvoorzienst:
Één strijden is ’t, één rustloos werven
Voor Jezus en zijn liefdedienst.

5 ’t Is zoet en zalig, neêr te knielen,
Vereenigd in des Vaders Zoon:
Bij ’t bidden smaken onze zielen
Een daaglijksch weêrzien voor Gods troon.
Al dobbren w’ op de verste golven,
Geen afstand, die de harten scheidt!
Wordt hier het zaad in d’ aard bedolven,
Stil rijpt de kiem voor d’ eeuwigheid.

6 Straks roept de Heer zijn welbeminden
In ’t licht van d’ eeuwgen zonneschijn:
Dan zullen wij elkaâr hervinden
En zonder einde zamen zijn;
Dan wacht ons kalmte na d’ orkanen,
De palm na ’t zwaard, de kroon na ’t kruis,
En na het pelgrimspad der tranen
De blijde rust in ’t Vaderhuis.