Kerkliedwiki bundels.png
Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas
info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki verzorgt een wekelijkse podcast: Luistertroost! Onze alternatieve omgang met het kerklied, nu samen zingen in de kerk niet kan. Zo houden we de lofzang en de troost van liederen gaande.

Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas. Meer weten of vragen over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

Van U zijn alle dingen

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit lied is te vinden in de volgende veelgebruikte liedbundel(s):
 Liedboek voor de kerken Gezang 465   Op Toonhoogte 2015 212   Weerklank 467 (b)   Hemelhoog 510   Zangbundel Joh. de Heer 394 
Mogelijk staat het ook in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
Van U zijn alle dingen
Gods ontfermingen
Vorm Strofelied
Herkomst
Taal Nederlands
Land Nederland
Periode 1849
Tekst
Dichter Jan de Liefde
Vertaler Henk van 't Veld (b)
Metrisch 7-6-7-6-7-6-7-6
Muziek
Componist Johannes Gijsbertus Bastiaans
Melodie Beveel gerust uw wegen
Solmisatie 1-3-2-3-5-4-3
Liedbundels
Liedboek voor de kerken Gezang 465
Op Toonhoogte 2015 212
Weerklank 467 (b)
Hemelhoog 510
Zangbundel Joh. de Heer 394
Gezangboek voor de EBG 45
Gezangboek der ELK 166
Gele Zangbundel 181
Hervormde Bundel 1938 148
Laus Deo 1186
Op Toonhoogte 163
Vervolgbundel Evang. Gezangen 194

Van U zijn alle dingen is een lied met tekst van ds. Jan de Liefde (1814-1869). Voor de Vervolgbundel op de Evangelische Gezangen is het voorzien van een melodie van Johannes Gijsbertus Bastiaans (1812-1875), dezelfde als die gebruikt is voor Beveel gerust uw wegen.

Opname beluisteren

  • Samenzang Nederland zingt:

Tekst

De tekst is in vele versies, met grote of kleinere wijzigingen, gepubliceerd:

origineel versie 1938 versie 1973

1 Van U zijn alle dingen,
Van U o God alleen,
Van U de zegeningen,
O Hoorder der gebeên,
Uw liefd’ en trouw omringen,
Mijn wankelende schreên
En wat w’ ooit goeds ontvingen,
Het is van U alleen.

2 Gij riept mij in het leven
Tot Uwe heerlijkheid;
Gij hebt me Uw woord gegeven
Tot mijne zaligheid;
Gij hebt in malsche dreven,
Mij trouwelijk geleid,
En mij een hoorn verheven,
Van heil door U bereid.

3 Hoe kent Gij al mijn nooden,
Waarin Gij trouw voorziet!
Gij geeft geen steen voor brooden,
Een slang voor visschen niet.
Wie komt tot U gevloden,
Dien Gij geen hulpe biedt?
Gij laat den zondaar nooden,
Nog eer hij tot U vliedt.

4 Gij wacht niet tot wij vragen,
Maar zoekt ons vóór de beê;
Gij helpt niet enkel dragen,
Maar draagt ons zelven meê;
Gij heelt zelfs in uw plagen,
Vertroost zelfs door het wee,
En ’t hart dat U komt klagen,
Vindt aan Uw voeten vreê.

5 Hoe heerlijk is bevonden,
Uw zegen van genâ,
Verloornen toegezonden,
In Bethlehem Ephrata!
Ook mij sloegt Ge in mijn zonden,
Met medelijden gâ,
En Christus droeg zijn wonden,
Voor mij op Golgotha.

6 O! mogt ik U beminnen,
Gelijk Gij mij bemint!
Een heilge vrees van binnen,
Mij leiden als uw kind!
Mogt ik dien rijkdom winnen,
Dien roest noch motte vindt!
En werden nooit mijn zinnen,
Door ijdlen glans verblind!

7 U zal ik eeuwig eeren,
O God van Majesteit!
U is, o Heer der Heeren,
Mijn gansche hart gewijd.
Wat zal ik nog ontberen,
Wanneer Uw hand mij leidt?
Daar is niets te begeeren,
Naast Uwe heerlijkheid!

1 Van U zijn alle dingen,
van U, o God, alleen,
van U de zegeningen,
o hoorder der gebeen!
Uw liefd' en trouw omringen
mijn wankelende schreen,
en wat w' ooit goeds ontvingen,
het is van U alleen!

2 Gij riep mij in het leven
tot uwe heerlijkheid;
Gij hebt m' uw woord gegeven
tot mijne zaligheid;
Gij hebt in vrucht'bre dreven
mij trouwelijk geleid,
en mij een hoorn verheven
van heil, door U bereid.

3 Gij wacht niet tot wij vragen,
voorkomt zelfs onze bee,
Gij helpt niet enkel dragen,
maar draagt ons zelven mee.
Gij heelt zelfs in uw plagen,
vertroost ons in het wee,
en onder alle slagen
schenkt Gij aan 't hart uw vree.

4 Hoe kent Gij al mijn noden,
waarin Gij trouw voorziet!
Gij geeft geen steen voor broden,
een slang voor vissen niet!
Wie komt tot U gevloden,
wien Gij geen hulpe biedt?
Gij laat de zondaar noden.
nog eer hij tot U vliedt.

5 O mocht ik U beminnen,
gelijk Gij mij bemint,
en heil'ge vrees van binnen
mij leiden als uw kind!
Mocht ik die rijkdom winnen,
die roest nog mot verslindt,
en werden nooit mijn zinnen
door ijd'le glans verblind!

6 U zal ik eeuwig eren,
die eeuw'ge goedheid zijt!
U blijv', o Heer der heren,
geheel mijn hart gewijd!
Wat kan ik niet ontberen,
wanneer uw hand mij leidt,
wat vuriger begeren
dan uwe heerlijkheid!

1 Van U zijn alle dingen,
van U, o God en Heer,
van U de zegeningen
die 'k biddende begeer.
Gij wilt mijn weg omringen
met liefde wijs en teer.
Wat wij ooit goeds ontvingen,
het is van U, o Heer.

2 Nog voor wij U iets vragen,
voorkomt Gij ons gebed.
Gij hebt aleer wij klagen,
op onze nood gelet.
Gij helpt de last ons dragen,
Gij steunt bij elke tred,
zelfs bij de zwaarste plagen
zijt Gij de God die redt.

3 Hoe kent Gij al mijn noden,
waarin Gij trouw voorziet.
Gij geeft geen steen voor broden,
een slang voor vissen niet!
Wie komt tot U gevloden,
wien Gij geen redding biedt?
Gij laat de zondaar noden,
nog eer hij tot U vliedt.

4 O mocht ik U beminnen
gelijk Gij mij bemint,
laat heil'ge vrees van binnen
mij leiden als uw kind!
Mocht ik die rijkdom winnen,
die roest noch mot verslindt,
en werden nooit mijn zinnen
door ijd'le glans verblind!

5 U zal ik eeuwig eren,
die eeuw'ge goedheid zijt!
U blijve, Heer der heren,
geheel mijn hart gewijd.
Wat kan ik niet ontberen
wanneer uw hand mij leidt,
wat vuriger begeren
dan uwe heerlijkheid!

Ontstaan

Het lied is gepubliceerd in het tijdschrift „De Vereeniging: Christelijke Stemmen" (3e jrg. 1849, op een uitvouwblad tussen pag. 788 en 789, dat niet leesbaar is in de uitgave op Google Books). Het was daar voorzien van een melodie en begeleiding van De Liefde zelf, die duidelijk niet bedoeld waren voor samenzang. De oorspronkelijke tekst is door A.C. Honders opgenomen in het Compendium bij de 491 gezangen (1068v).

Hymnologische informatie

  • De Vervolgbundel op de Evangelische Gezangen biedt in gezang 194 een versie in vijf verzen (vers 2 en vers 5 zijn weggelaten, vers 4 is ingrijpend omgezet, verder kleine bewerkingen).
  • Zoals wel vaker kiest de Zangbundel Joh. de Heer (394) uit de (vervolgbunde op de) Evangelische Gezangen: vers 1, 2 en 5 uit die versie.
  • De Hervormde Bundel 1938 (148) voegt t.o.v. de Vervolgbundel vers 2 weer toe en herstelt de omzettingen in vers 4, ze keert alleen de volgorde van de verzen 3 en 4 om. Vers 5 blijft weg en de laatste beide verzen volgen de tekst van de Vervolgbundel.
  • Het Liedboek voor de Kerken (465) laat opnieuw vers 2 weg, maar volgt de omzetting van de verzen 3 en 4 en voegt verder een nieuwe bewerking toe.
  • Op Toonhoogte en Hemelhoog volgen het Liedboek. Voor Weerklank wijzigde Henk van 't Veld in alle (5) coupletten enkele zinsneden.
  • De tekst in de Gele Zangbundel is een compilatie, samengesteld door Bernard ter Haar. Vers 1 is overgenomen uit strofe 1 Hervormde bundel 1938, vers 2 en 3 zijn overgenomen uit Gezang 427 in het Liedboek voor de kerken, Beveel gerust uw wegen strofe 1 en 2.