Tips nodig? Zo kun je een lied zoeken. Hier vind je een overzicht van alle liedbundels.
Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas.
|
Verhoor, o God, mijn woorden klachtig
Mogelijk staat het wel in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
| Verhoor, o God, mijn woorden klachtig | ||
| Vorm | Strofelied | |
| Herkomst | ||
| Taal | Nederlands | |
| Land | Nederland | |
| Periode | Omstreeks 1566 | |
| Psalm 5 | ||
| Schrijver | David (volgens opschrift) | |
| Latijnse titel | Verba mea auribus | |
| Vulgaat | Psalm 5 | |
| Berijming | Psalmberijming van Petrus Datheen | |
| Tekst | ||
| Dichter | Petrus Datheen | |
| Bijbelplaats | Psalm 5 | |
| Metrisch | 9-8-8-9-5 | |
| Muziek | ||
| Componist | Loys Bourgeois | |
| Melodie | Psalm 64 | |
| Solmisatie | 2-6-7-1-1-2-1-7-6 | |
| Gebruik | ||
| Trefwoord | HC Zondag 4 Van de straf der zonde HC Zondag 40 Van het zesde gebod HC Zondag 52 Van het besluit des gebeds | |
| Liedbundels | ||
| Bundel van Petrus Datheen 5 | ||
Verhoor, o God, mijn woorden klachtig is een berijming van Psalm 5, deze berijming maakt deel uit van de Psalmberijming van Petrus Datheen. De tekst is van Petrus Datheen, de melodie is afkomstig uit de Geneefse Psalmen.
Inhoud
Opname beluisteren
Tekst
PSALM 5
1
Verhoor, o God, mijn woorden klachtig,
Laat Uw oren op zijn gedaan;
En wil toch d’ oorzake verstaan
Mijns klagens en zuchtens eendrachtig,
O HEER’ almachtig.
2
Hebt acht op mijn zuchten gestadig,
Mijn God en Koning groot geacht,
Dewijl ik tot U met aandacht
Mijn smeken doe, o Heer’ genadig
Ende weldadig.
3
Des morgens vroeg, voor den daag’rade,
Zult Gij mij verhoren eenpaar;
Want zeer vroeg zal ik U voorwaar
Bidden, wachtende vroeg en spade
Op Uw genade.
4
Gij zijt een God Die de boosheden
Niet en bemint, maar wederstaat.
Bij U zijn de boosdaders kwaad,
Met haren doen en boze zeden,
Gans niet geleden.
5
De dwazen, die naar U niet vragen,
Zullen voor U verschijnen niet;
Want Gij die hatet, zo men ziet,
Die boosheid doen zonder versagen,
Ja, met behagen.
6
Gij zult Uwe gramschap bewijzen
Over de leugenaars gemeen;
Doodslagers, bedriegers meteen,
Zijn voor God (Dien elk mens moet prijzen)
Een groot afgrijzen.
7
Maar door Uw goedheid hooggeprezen,
Die Gij mij bewijst, zal ik gaan
Om U, o Heer’, te roepen aan
In Uw huis, daar zal ik mits dezen
Godvruchtig wezen.
8
Geleid mij, HEER’, en laat toch blijken
Aan mij Uw goedheid; dat mij niet
Mijn haters brengen in ’t verdriet.
Leid mij op Uw pad desgelijken,
Zonder afwijken.
9
Daar is geen waarheid in haar monden,
Haar hart is vals, arglistig, straf;
Haar keel is als een open graf;
Haar tong is vol smekens bevonden
Tot allen stonden.
10
Verderf z’ en doe teniet haar namen;
Breek haar raadslagen en haar doen;
Verstrooi z’ om haar boosheid zeer koen;
Want, Heer’, zij zoeken altezamen
U te beschamen.
11
Maar verheug hen ’t gemoed en zinnen,
Die op U vertrouwen altijd;
Dat z’ in U, Heer’, werden verblijd,
Die Uwen Naam in ’t harte binnen
Trouw’lijk beminnen.
12
Want Gij zijt mild en overvloedig
Den vromen man, HEER’ goedertier;
Met Uwe gunst dekt Gij hem schier,
Als met een schild; Gij zijt zo goedig
En zeer lankmoedig.
(Psalmberijming van Petrus Datheen)
Ontstaan
Inhoud
Muziek
Zettingen
Bewerkingen om te zingen
Bewerkingen om te spelen
Muziekuitgaven
Hymnologische informatie
Culturele informatie
Literatuur
Externe links
Voetnoten
| Dit artikel is helaas nog slechts een beginnetje. Kerkliedwiki nodigt u uit uw kennis te delen door het artikel te verbeteren. |