Kerkliedwiki bundels.png
Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas
info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki verzorgt een wekelijkse podcast: Luistertroost! Onze alternatieve omgang met het kerklied, nu samen zingen in de kerk niet kan. Zo houden we de lofzang en de troost van liederen gaande.

Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas. Meer weten of vragen over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

Verlosser, Vriend, o hoop, o lust

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit lied is te vinden in de volgende veelgebruikte liedbundel(s):
 Liedboek voor de kerken Gezang 452   Hemelhoog 364   Zangbundel Joh. de Heer 410 
Mogelijk staat het ook in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
Verlosser, Vriend, o hoop, o lust
Aan Jezus den Verlosser
Vorm Strofelied
Herkomst
Taal Nederlands
Land Nederland
Periode 1796
Tekst
Dichter Jan Hinlopen
Metrisch 8-8-8-8-8-6-4-6-7-7-4
Muziek
Melodie Verlosser, Vriend, o hoop, o lust
Herkomst Evangelische Gezangen 1806
Solmisatie 1-7-6-5-3-6-6-5
Liedbundels
Liedboek voor de kerken Gezang 452
Hemelhoog 364
Zangbundel Joh. de Heer 410
119 Gezangen 59
Gezangboek der ELK 205
Hervormde Bundel 1938 171
Evangelische Gezangen 49

Verlosser vriend, o hoop, o lust is een liedtekst van Jan Hinlopen (1759-1808). Het wordt gezongen op een Nederlandse melodie uit begin 19e eeuw, een van de 'eigene zangwijzen' uit de Evangelische Gezangen van 1806, waar het lied gezang 49 vormde.

Opname beluisteren

:

Tekst

Evangelische Gezangen 1806 Hervormde Bundel 1938

1 Verlosser, Vriend! o hoop, o lust
Van die U kennen, neem het lied,
Dat U in ’t stof een stervling biedt,
Een zondaar, die uw voeten kust:
Een zondaar, een verlost’ o Heer!
En nu geen zondaar meer,
O! neem het aan,
Gij laat geen’ bidder staan,
Gij hoort in Hemellingen
Verloste zondaars zingen;
O! neem het aan.

2 Ja, ’t was uw lust, een mensch te zijn!
Uw Vader heeft, op uw gebed,
Zijn eer gehandhaafd, ons gered;
Uw liefd’ ontzag, noch leed, noch pijn:
Daar traadt Gij op, met moed en kracht,
Tot heil van ons geslacht.
Wij zijn verlost,
Maar ’t heeft uw’ dood gekost,
Gij leeft, Gij leeft! en ’t leven
Wordt ons teruggegeven;
Wij zijn verlost!

3 Nu leeft Gods Zoon in menschlijk vleesch!
Hij stierf voor ons, maar leeft bij God,
En sterft niet meer. O zalig lot!
Gods Zoon, dat d’ aard haar’ Schepper vreez’!
Gods Zoon, verhoogd in heerlijkheid,
Heeft mij daar plaats bereid;
Ik ben zijn vriend!
Hij, wien al ’t schepsel dient,
Der Englen hoofd en Koning,
Verwacht mij in zijn wooning,
Ik ben zijn vriend!

4 Bedreigt mij leed, ontmoet mij smart,
Ik vrees geen kwaad, maar klaag het Hem:
Hoe groot in eer, Hij hoort mijn stem;
Hoe ver van d’ aard, Hij kent mijn hart,
Gods Zoon vergeet den broeder niet,
Dien Hij op aarde liet;
Hij is mijn hoop,
Hij wiesch mij met zijn’ doop,
Hij geeft mij brood en beker,
’k Ben van zijn liefde zeker;
Hij is mijn hoop!

5 Waar is een vreugd, een kalmt’, een heil,
Zoo zalig, als dit hoogst genot?
Het vloeit uit God, en keert tot God,
Het heeft, noch maat, noch perk, noch peil:
In Jezus is mijn zalig lot
Verborgen bij mijn’ God;
Hij is mijn lust,
Ook als mijn stof eens rust.
O! prijst Hem, mijn gezangen!
Ik blijf zijn komst verlangen;
Hij is mijn lust!

1 Verlosser, Vriend, Gij hoop en lust
van die U kennen, neem het lied,
dat U in ’t stof een sterv’ling biedt,
een zondaar, die uw voeten kust.
Een zondaar, een verlost’, o Heer,
en nu geen zondaar meer.
O, neem het aan!
Gij laat geen smeek’ling staan,
Gij hoort in hemelingen
verloste zondaars zingen;
o, neem het aan!

2 Gij kwaamt op aard’ om mensch te zijn,
Gij hebt door lijden en gebed
Gods eer gehandhaafd, ons gered;
uw liefd’ ontzag noch strijd, nog pijn,
Gij droegt het kruis, hebt smaad veracht,
Gij hebt Gods wil volbracht.
Wij zijn verlost,
maar ’t heeft uw dood gekost.
Gij leeft en in uw leven
is al ons heil gegeven:
wij zijn verlost.

3 Bedreigt mij leed, ontmoet mij smart,
ik vrees geen kwaad, maar klaag het Hem:
hoe groot in eer, Hij hoort mijn stem,
hoe ver van d’ aard, Hij kent mijn hart.
Gods Zoon vergeet de zijnen niet,
die Hij op aarde liet.
Hij is mijn hoop,
Hij wiesch mij door zijn doop,
Hij geeft mij brood en beker,
’k ben van zijn liefde zeker:
Hij is mijn hoop!

4 Waar is een vreugd, een kalmt’, een heil,
zoo zalig als dit hoogst genot?
Het vloeit uit God en keert tot God,
het heeft noch maat noch perk noch peil.
In Jezus is mijn zalig lot
verborgen bij mijn God.
Hij is mijn lust,
ook als mijn stof eens rust.
O, prijst Hem, mijn gezangen!
Ik blijf zijn komst verlangen:
Hij is mijn lust!

Ontstaan

A.W. Bronsveld geeft de oorspronkelijke tekst van Hinlopen uit het manuscript.

Inhoud

Muziek

Muziekuitgaven

Hymnologische informatie

Culturele informatie

Literatuur

  • A.W. Bronsveld, De Evangelische Gezangen, verzameld in de jaren 1803-1805, en in gebruik bij de Nederlandsche Hervormde Kerk. Historisch-letterkundig onderzoek, Utrecht: Kemink en Zoon, 1917, 234-239.
  • Een Compendium van achtergrondinformatie bij de 491 Gezangen uit het Liedboek voor de Kerken, kol. 1028-1029.
  • Arie Eikelboom, Hymnologie XII, 213-219

Externe links