Kerkliedwiki bundels.png
Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas
info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki bevat nu informatie over ruim 4.500 liederen! Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas.

De eerstvolgende Kerkliedwiki Schrijfdag is op zaterdag 30 maart in Amersfoort. Aanmelden of meer weten over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

Voor hen die ons regeren

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Voor hen die ons regeren
Vorm Strofelied
Herkomst
Taal Nederlands
Land Nederland
Periode 20e eeuw
Tekst
Dichter Tom Naastepad
Vertaler Margryt Poortstra (Fr)
Bijbelplaats Jesaja 32:1-8
1 Timoteüs 2:1-2
Metrisch 7-6-7-6-8-7-6
Muziek
Componist Heinrich Schütz (a)
Wim Kloppenburg (b)
Melodie Wohl denen, die da wandeln (a)
Solmisatie 5-1-2-3-5-4-3 (a)
2-2-3-4-2-4-5-2 (b)
Gebruik
Thema Vrede en gerechtigheid
Trefwoord Bevrijdingsdag
Liedbundels
Liedboek 2013 994 (a)
Tussentijds 214 (a)
 DWG 24 (a)   LB Fr 994 (a)   LL 66 (a,b)   TT Fr 214 (a)   ZGel 2-97 (a) 

Voor hen die ons regeren is een lied van Tom Naastepad (1921-1996), geschreven op de melodie van Heinrich Schütz (1585-1672), Wohl denen, die da wandeln.

Opname beluisteren

  • Duitse versie (melodie a):
  • Henk Lemckert op Orgel Abdijkerk van Loosduinen C.F. in sopraan (www.liedboekzettingen.nl)
  • Henk Lemckert op Orgel Abdijkerk van Loosduinen C.F. in tenor (www.liedboekzettingen.nl)

Tekst

De tekst is auteursrechtelijk beschermd en kan daarom hier niet worden weergegeven.

Ontstaan

Tom Naastepad schreef dit lied in 1966, als contrafact op de melodie van 'Wohl denen, die da wandeln' van Heinrich Schütz.

Inhoud

"De tekst van dit lied gaat uit van de veronderstelling dat er nu eenmaal van hogerhand bestuurd en beschikt moet worden om het leven tot een samenleving te maken, en dat het tot de menselijke mogelijkheden behoort dat dit goedschiks gebeurt", aldus de dichter van dit lied. Het lied vraagt om die bijbelse impuls waarin de laatsten de eersten zullen zijn en waarin de armen in dit land de gestalte zijn van Gods majesteit.

Maar het gevaar is dat het kwaadschiks gaat, en dat nu juist deze gestalte van Gods majesteit wordt miskend: bij elke volgende strofe wordt op dit gevaar dieper ingegaan. Het gevaar namelijk, dat de sterken slechts aan zichzelf zullen denken (strofe 2), dat het land zich in blinde overmoed te buiten gaat (strofe 3) en dat het onverstand de boventoon zal voeren (strofe 4). Zowel overheid als volk worden daardoor bedreigd:

Wij dienen vele heren
tot schade van het land (strofe 4)

Daarom zijn de laatste woorden van het lied een bede om vergeving:

Gij zijt genade! Uw bevel
doet leven en vergeven,
o Zoon van Israël!

Net zoals de eerste woorden een bede zijn 'om ootmoed en verstand' (strofe 1) voor 'de hoofden van het land'. En 'ootmoed' staat dan voor nederigheid tegenover God.

In de vier zeven-regelige strofen valt op, dat de zesde regel telkens buiten het strakke rijmschema valt en op die manier bijzonder de aandacht trekt: 'al de getuigenissen' (strofe 1), 'en niemand wordt behouden'(strofe 2), 'en voor het blinde razen' (strofe 3), 'doet leven en vergeven' (strofe 4). (Bron: Commentaar bij Zingend Geloven, geplaatst bij lied 160 (oude nummering) uit Zingend Geloven, deel 2.)

Muziek

Oorspronkelijk komt de melodie van Heinrich Schütz voor in het zgn. Becker-Psalter van 1661, waarin het als een (gedeeltelijke) berijming van Psalm 119 is opgenomen: Wohl denen, die da wandeln. Ad den Besten schreef van dit lied een vertaling, die gepubliceerd is in de bundel 'Contrafacten', en waarop Tom Naastepad zijn tekst ook maakte. De G grote tertsmelodie van Schütz begint met een sterk omhoog-strevende melodiegang, van onderdominant (d') tot bovendominant (d"). Zo omspant de eerste regel met een gebroken akkoord de omvang van een octaaf, waarbinnen het gehele lied zich verder afspeelt. De eerste en tweede zin vormen een muzikale eenheid: zowel de melodie als het ritme lopen door. Regel 2 eindigt op de dominantnoot a; dit leidt tot een goede aansluiting met regel 3 en 4, welke een herhaling van het eerste regelpaar zijn; het zijn de twee Stollen (samen het Aufgesang) van de Barvorm. Met regel 5 begint het Abgesang. Ook deze regel vormt samen met de zesde een muzikale eenheid. Tot nu toe bestond het ritme voornamelijk uit kwartnoten; het is een sterk syllabische melodie, waarin twee kleine achtsten melisma's voorkomen in regel 2 en 4. De zevende (slot-)regel valt op door een afwijkend ritme; deze regel begint bovendien op de topnoot, die in het Abgesang nog niet eerder voorkwam. (Bron: toelichting ontleend aan 'Commentaar bij Zingend Geloven', gepubliceerd bij (oude nummering) deel 2 lied 160.)

Muziekuitgaven

Zie het artikel Zie Wohl denen, die da wandeln (melodie) voor een overzicht van alle (orgel)literatuur en koorbewerkingen van deze melodie.

Culturele informatie

Het is gebruikelijk in veel protestantse kerken om dit lied te zingen op zondagen rond een datum van nationale betekenis. Bijv. Bevrijdingsdag (5 mei), Prinsjesdag (derde dinsdag in september). Margryt Poortstra maakte de Friese vertaling: Wy bidde God, de Heare

Literatuur

Toelichting:

  • Organist & Eredienst, mei 1999, blz.99 (W.Pendrecht/W.Kloppenburg)