Kerkliedwiki bundels.png
Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas
info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki bevat nu informatie over ruim 4.500 liederen! Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas.

De eerstvolgende Kerkliedwiki Schrijfdag wordt gehouden in het najaar 2019 in Amersfoort (datum volgt). Aanmelden of meer weten over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

Wanneer het licht ten einde gaat

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit lied is te vinden in de volgende veelgebruikte liedbundel(s):
 Oud-Katholiek Gezangboek 781 (b) 
Mogelijk staat het ook in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
Wanneer het licht ten einde gaat
Vorm Strofelied
Herkomst
Taal Nederlands
Land Nederland
Periode 20e eeuw
Tekst
Dichter Willem Barnard
Bijbelplaats Kolossenzen 1:15-19
Metrisch 8-8-8-8-8-8
Muziek
Componist Luuk van der Vegt (a)
Henry Lawes (b)
Melodie Vater unser im Himmelreich (melodie) (c)
Solmisatie 2-4-5-6-6-7-6-5 (a)
Gebruik
Kerkelijk jaar Paasnacht
Getijde v/d dag Avond
Liedbundels
Oud-Katholiek Gezangboek 781 (b)
 ADJ 112 (c)   ZGel 2-141(a) 
Willem Barnard schreef de tekst van dit avondlied Wanneer het licht ten einde gaat oorspronkelijk op de melodie van 'Vater unser im Himmelreich'. Later maakte Luuk van der Vegt een nieuwe wijs.

Tekst

Het lied is geschreven om te zingen tijdens het binnendragen van de (nieuwe) Paaskaars. Het rijmschema is aa bb cc (staand rijm). In het lied staat de gedachte centraal dat de schepping 'aan Pasen hangt'.

Melodie

Luuk van der Vegt zette de tekst van Barnard in een ritmische structuur, die zich in regelparen laat herkennen. Deze structuur is een gevolg van het rijm, dat in regelparen gegroepeerd is. De gekozen ritmiek van regel 1 komt dus terug in regel 2; een kenmerk is het beginnen en eindigen met een halve noot. In contrast hiermee staan de middelste regels die, na een kwartrust, opmatig beginnen. Met het laatste regelpaar keert het beginritme terug, dat in de slotregel gevarieerd wordt. Blijkens de woordaccenten en de notatie van de zetting gaat het hier om twee aaneensluitende driedelingen. Samenhangend met het gelijke 8-metrum in alle regels plaatste Van der Vegt in het geheel tweedelige ritme een driedeligheid, die hierdoor steeds op een identieke plaats verschijnt: steevast voorafgaand aan de laatste noot van iedere regel.

Het melodieverloop, dat d-dorisch van modus is, heeft een zekere analogie met de ritmische structuur. De melodie is evenwichtig in de afwisseling tussen gesprongen en trapsgewijze intervallen. (Bron: toelichting ontleend en geparafraseerd van het Documentatieblad bij Zingend Geloven, II-236 (oude nummering!).