Kerkliedwiki bundels.png
Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas
info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki verzorgt een wekelijkse podcast: Luistertroost! Onze alternatieve omgang met het kerklied, nu samen zingen in de kerk niet kan. Zo houden we de lofzang en de troost van liederen gaande.

Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas. Meer weten of vragen over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

Wat zijt Gij groot, wat zijt Gij goed!

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit lied is niet te vinden in één van de veelgebruikte liedbundels.
Mogelijk staat het wel in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
Wat zijt Gij groot, wat zijt Gij goed
In de Lente
Vorm Strofelied
Herkomst
Taal Nederlands
Tekst
Dichter Bernard ter Haar
Liedbundels
Hervormde Bundel 1938 285

Wat zijt Gij groot, wat zijt Gij goed! is een lied voor de lente-tijd geschreven door Bernard ter Haar (1806-1880), dat wordt gezongen op de melodie van Psalm 36.

Opname beluisteren

Tekst

Tekst uit de Vervolgbundel op de Evangelische Gezangen (255):

1 Wat zijt Gij groot, wat zijt Gij goed!
Zoo heffen w’ aan met blij gemoed,
Mildzeegnend Opperwezen!
Het feestkleed, dat weêr ’t aardrijk siert,
De schepping, die haar hoogtijd viert,
Looft U, den Nooitvolprezen!
Het groen, ontsprongen aan zijn knop,
Hangt, U ter eer, zijn kransen op,
En beemd en akkers bloeijen;
En zou dan ’t hart, in U verheugd,
U, die uw schepping kroont met vreugd,
Niet dankend tegengloeijen!

2 Wat zijn uw giften veel en rijk!
Welk vader is aan U gelijk
In zegenend erbarmen?
Uw liefd’ is over allen groot,
Gij stort uw weldaân in den schoot
Van rijken en van armen.
Uw zonne, die Gij op laat gaan,
Lacht dankbren en ondankbren aan;
Gij strooit uw lenterozen
Ook op het pad van zondaars, Heer!
En uit uw wolk drupt zegen neêr
Op goeden en op boozen.

3 Het wintergraan, met zorg vergaârd,
Zonk met een stille beed in d’ aard,
Uw adem hield het wakker;
En ’t zaad is heerlijk opgegaan;
Wij zien het langzaam rijpend graan
Reeds golven langs den akker!
Voleindig wat uw hand begon,
Schenk aan het zwellend ooft uw zon,
Aan ’t dorstig land uw regen,
En over ’t Evangeliezaad,
Dat in ons hart ontkiemen gaat,
Een milden Pinksterzegen!

4 Dies heffen w’ aan, met blij gemoed:
Wat zijt Gij groot, wat zijt Gij goed
En rijk in ’t weldoen, Heere!
Uw magt, die ’t al tot aanzijn wenkt,
Een nieuw gelaat aan ’t aardrijk schenkt,
Uw liefd’ en magt zij d’ eere!
O, mogt de nieuwe levensgloed,
Die d’ aard doordringt, ook ons gemoed
Doorloutren en bezielen;
Dan rijst voor U, d’ Alzegenaar,
Op iedre plek het dankaltaar,
Waarvoor w’ aanbiddend knielen.

5 Hoe zwak ons staamlend loflied zij,
Reeds op deez’ aarde juichen wij:
Hoe heerlijk zijn uw werken!
Gij roept het leven uit den dood,
Uw liefd’, in Christus eindloos groot,
Vindt niet in ’t stof haar perken.
Eens komt uw eeuwge Lentedag,
Veel schooner dan ons oog hier zag,
In zaalger stand en orden;
En ’t scheppingslied wordt hemeltoon,
Als ’t magtwoord uitgaat van uw troon,
Dat alles nieuw doet worden!

Ontstaan

Inhoud

Muziek

Zettingen

Bewerkingen om te zingen

Bewerkingen om te spelen

Muziekuitgaven

Hymnologische informatie

De Hervormde Bundel 1938 mist vers 2.

Culturele informatie

Literatuur

Externe links

Voetnoten

Beginnetje 2.png Dit artikel is helaas nog slechts een beginnetje.
Voor meer beginnetjes zie de categorie Kerkliedwiki:Beginnetje lied