Kerkliedwiki bundels.png
Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas
info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki bevat nu informatie over ruim 4.500 liederen! Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas.

De eerstvolgende Kerkliedwiki Schrijfdag is op zaterdag 30 maart in Amersfoort. Aanmelden of meer weten over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

Wij gaan de veertig dagen in

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Wij gaan de veertig dagen in
De kinderen, uit de stenen verwekt
Vorm Strofelied
Herkomst
Taal Nederlands
Land Nederland
Periode 1964
Tekst
Dichter Tom Naastepad
Bijbelplaats Lucas 3:8
Matteüs 3:9
Matteüs 4:1-4
Metrisch 8-8-8-8
Muziek
Componist Wim ter Burg (b)
Melodie Plaistow (a)
Herkomst Magdalen Hymns 1760 (a)
Solmisatie 1-5-2-3-1-4-5-6-5 (a)
6-6-6-1-1-6-5-6 (b)
Gebruik
Kerkelijk jaar Veertigdagentijd
Liedbundels
 LL 124A(a); 124B(b)   ZGel 1-11(b) 

Wij gaan de veertig dagen in is een lied van Tom Naastepad, oorspronkelijk geschreven als contrafact op Plaistow (melodie). In 1981 schreef Wim ter Burg op deze tekst ook een melodie.

Tekst

Inhoud

In vrijwel alle religies hebben stenen een rol van betekenis. Denk aan de 'stenen goden' waartegen Israël zich moest afzetten, stenen als gedenk- en graftekens, of de 'stenen tafelen' waarop de Tien Geboden volgens de overlevering zijn beschreven. Stenen kunnen bouwstenen zijn, maar ook struikelblokken. En mensen met een waarachtig geloof worden 'levende stenen' genoemd.

In het lied van Tom Naastepad staat 'steen' voor het zware, het harde en ontoegankelijke, het onvruchtbare en weerspannige. Met stenen als teken van hardheid en onvruchtbaarheid maakt Jezus kennis als Hij in de woestijn is 'om verzocht te worden door de duivel'. Stenen kunnen toch brood worden? zegt de satan, maar Jezus weet, dat het allereerst gaat om 'alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat'. En daarmee is het begin van dit vastenlied aangegeven. Want Jezus, 'aan wie het Boek gegeven is' (strofe 1) 'volgt de Schrift en nauwgezet gaat hij de wegen van de wet' (strofe 2). Strofe 3 vertelt van de steen als last: 'de dolenden .../ die zwerven als verbrokkeld steen'. Strofe 3 vertelt óók van de steen als rustpunt, als 'koele rots / het hart van de verkwikking Gods'. De steen, die het graf van de Mensenzoon afsluit staat centraal in strofe 4. Op de stenen der gedachtenis 'vonken de namen die Hij riep' (strofe 5), zoals God eenmaal aartsvader Abraham riep om op reis te gaan naar het nieuwe land. Jezus leefde ons de vastentijd vóór, veertig dagen lang. En met dat beeld voor ogen zingen we de zesde strofe, omdat wie zijn leven durft te verliezen het behouden zal. In de laatste, zevende strofe, staat de evangelische waarheid 'Wie zich verhoogt, zal vernederd worden en wie zichzelf vernedert wordt verhoogd' centraal. (Bron: toelichting geparafraseerd overgenomen uit 'Commentaar bij Zingend Geloven', I-11.)

Muziek

De melodiestructuur van de zetting van Wim ter Burg loopt gelijk op met het rijmschema (a a b b, in staand rijm). Het lied bestaat uit twee maal twee zinnen: de eerste regels daarvan, a en b (regel 1 en 3) nemen melodisch de hoogste vlucht, waarbij het hoogtepunt in de derde regel ligt. De even regels liggen lager en werken afsluitend. Het niet opmerkelijke metrum 8-8-8-8 wordt onderstreept door een louter kwartenritme. Hierin wordt op de zware tellen een grotere lijn in de melodie hoorbaar, die het strakke tweedelige ritme overstijgt. (Bron: toelichting geparafraseerd overgenomen uit 'Commentaar bij Zingend Geloven', I-11). De oorspronkelijk door Naastepad gekozen melodie 'Plaistow' is wat minder strak van aard; in elke regel komt wel een melisma voor, wat de beweeglijkheid van de tekst ten goede komt.