Kerkliedwiki bundels.png
Kerkliedwiki wijst je de weg naar meer dan 12.000 liederen!

Tips nodig? Zo kun je een lied zoeken. Hier vind je een overzicht van alle liedbundels.
Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas.

Meer weten of vragen over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki wijst je de weg naar meer dan 12.000 liederen! Tips nodig? Zo kun je een lied zoeken. Hier vind je een overzicht van alle liedbundels.

Nu verkrijgbaar: 'Op andere lippen', een cd met liederen bij een afscheid. Lees meer over dit project.

Wil je ons werk financieel steunen? Hier vind je meer over doneren. Heb je vragen over de Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

Zingt den Heer' in den gansen lande

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit lied is niet te vinden in één van de veelgebruikte liedbundels.
Mogelijk staat het wel in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
Zingt den Heer' in den gansen lande
Vorm Strofelied
Herkomst
Taal Nederlands
Land Nederland
Periode Omstreeks 1566
Psalm 66
Schrijver David (volgens opschrift)
Type Dankpsalm
Latijnse titel Jubilate Deo
Vulgaat Psalm 65
Berijming Psalmberijming van Petrus Datheen
Tekst
Dichter Petrus Datheen
Bijbelplaats Psalm 66
Metrisch 9-8-9-8-9-8-9-8 (1-9)
9-8-9-8 (10)
Muziek
Componist Loys Bourgeois
Melodie Psalm 98
Psalm 118
Solmisatie 1-6-5-1-1-2-4-3-2
Gebruik
Kerkelijk jaar Dankdag voor Gewas en Arbeid
Trefwoord Op de Dankzegging na het Heilig Avondmaal
Liedbundels
Bundel van Petrus Datheen 66

Zingt den Heer’ in den gansen lande is een berijming van Psalm 66, deze berijming maakt deel uit van de Psalmberijming van Petrus Datheen. De tekst is van Petrus Datheen, de melodie is afkomstig uit de Geneefse Psalmen.

Opname beluisteren

Tekst

PSALM 66

1
Zingt den Heer’ in den gansen lande,
Met gezang looft nu Zijnen Naam;
Prijst Hem met mond en met verstande, 
Roemt Zijn goedheid allen tezaam.
Spreekt: Hoe wonderlijk zijt Gij, Heere,
In al Uw werken groot en klein;
Uwe vijanden beschaamd zere,
Bidden om vreed’ allen gemein.

2
Dat U dan, o mijn God geprezen,
De wereld roeme met ootmoed;
Uw lof moet ook gezongen wezen,
Alszins met stemmen klaar en zoet.
Komt hier en wilt toch wel aanmerken
De daden Gods des Heeren mijn;
Hoe wonderlijk dat ook Zijn werken
Bij der mensen kinderen zijn.

3
Hij verdroogt dat grote meer krachtig,
Dat men droogvoets kan gaan daardoor;
Dies wij, Zijn volk, in liefd’ eendrachtig,
Hem zeer vrolijk danken daarvoor.
Zijn heerschappij zal eeuwig blijven,
Zijn oge de volken aanziet;
Wie van Hem wijkt, zal niet beklijven,
Maar vernederd worden tot niet.

4
Gij volkeren, wilt u begeven
Om God te prijzen bovenal;
Dat Zijn Naam zeer hoog zij verheven
Van allen in dit aardse dal.
Hij is ’t Die ons bewaart ons leven,
Die voor ons zorgt tot ons behoed,
Opdat wij niet vallen noch beven,
Ja, dat niet slibb’re onze voet.

5
Gij hebt ons doorzocht, Heer’ genadig,
Ende beproefd allen gelijk,
Alzo men door dat vuur gestadig
Dat zilver loutert van den slijk.
Gij hebt ons van den onbekenden
Vijanden laten zijn gevaân,
En hebt ons, Heer’, om onze lenden
Met groten last zwaarlijk belaân.

6
Men heeft op onz’ hoofden geklommen,
Zo men beklimt een kemeldier;
Als beesten werden wij alommen
Gedreven door water en vier.
Daarna hebt Gij ons, Heere goedig,
Vertroost; dies ik tot Uw huis rein
Wil brengen mijn off’randen bloedig,
En mijn beloften groot en klein.

7
Mijn beloften zal ik betalen,
Die mijn lippen hebben gedaan,
Die in mijn nood en in mijn kwalen
Uit mijnen monde zijn gegaan.
Ik wil U, Heer’, veel vett’ off’randen
Der rammen op Uwen altaar
En der bokken met vuur verbranden,
Daartoe ook veel runderen zwaar.

8
Gij all’ die God vreest, weest toch stille,
Komt tot mij, hoort en wilt verstaan;
Want te verhalen heb ik wille
Dat goed dat mij God heeft gedaan.
Als ik Hem heb gebeden klachtig,
Hij heeft mij haast verhoord voorwaar;
Dies heeft mijn tong oorzaak waarachtig
Hem te loven vrij openbaar.

9
Waar’ ’t dat ik had genomen voren
In mijn gemoed enig onrecht,
Zo hadde God niet willen horen
Dat gebed van mij, Zijnen knecht.
Maar ik mag met rechte wel spreken,
Dat mij God altijd verhoord heeft;
Mijn smeken heeft Hij nooit versteken,
Zolang als ik hebbe geleefd.

10
Geloofd zij mijn God vol genaden,
Die mijn gebeden niet verstoot;
Die van mij (met ellend’ beladen)
Niet afwendt Zijn goedigheid groot.

(Psalmberijming van Petrus Datheen)

Ontstaan

Inhoud

Muziek

Zettingen

Bewerkingen om te zingen

Bewerkingen om te spelen

Muziekuitgaven

Hymnologische informatie

Culturele informatie

Literatuur

Externe links

Voetnoten

Beginnetje 2.png Dit artikel is helaas nog slechts een beginnetje. Kerkliedwiki nodigt u uit uw kennis te delen door het artikel te verbeteren.