Kerkliedwiki bundels.png
Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas
info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki verzorgt een wekelijkse podcast: Luistertroost! Onze alternatieve omgang met het kerklied, nu samen zingen in de kerk niet kan. Zo houden we de lofzang en de troost van liederen gaande.

Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas. Meer weten of vragen over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

Waar vloodt g', o vriend'lijk jaargetij

Uit Kerkliedwiki
Versie door Ecthelion3 AWB (Overleg | bijdragen) op 24 mei 2020 om 10:07 (Voetnoten: categorie verwijderen)

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit lied is niet te vinden in één van de veelgebruikte liedbundels.
Mogelijk staat het wel in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
Waar vloodt g', o vriend'lijk jaargetij
In den Herfst
Vorm Strofelied
Herkomst
Taal Nederlands
Tekst
Dichter Bernard ter Haar
Muziek
Componist Peter Sohren
Melodie Du Lebensbrot, Herr Jesu Christ (var.)
Liedbundels
Hervormde Bundel 1938 289

Waar vloodt g', o vriend'lijk jaargetij is een lied voor de herfst-tijd geschreven door Bernard ter Haar (1806-1880). Het wordt gezongen op een variant (herhaling van de laatste drie regels) van Du Lebensbrot, Herr Jesu Christ (melodie) van Peter Sohren.

Opname beluisteren

Tekst

Tekst uit de Vervolgbundel op de Evangelische Gezangen (257):

1 Waar vloodt g’, o vriendlijk jaargetij!
Met al uw lieflijkheden?
Zoo gaat de wereldvreugd voorbij
En al wat bloeit beneden!
Een stemme roept er overluid
In ’t gieren van den herfstwind uit:
„Dit lot verbeidt u allen!”
Nog bloeit uw jeugd; ras wordt gij oud,
Gelijk het groen verkleurt aan ’t hout,
Tot dat de blaadren vallen!

2 Voorwaar! al ’t menschdom is als gras,
Geslachten zijn verdwenen;
Hun heerlijkheid werd stuivend’ asch,
Hun glans heeft uitgeschenen;
De bloem valt af, het gras verdort,
Nog eer het heden avond wordt;
Maar, wat in puin moog zinken,
Gods woord houdt stand in eeuwigheid,
En ’t licht, dat hier ons troost en leidt,
Blijft in den doodsnacht blinken.

3 Wel straalt de zon van ’s hemels tinn’,
Maar met omwolkten luister.
Wat krimpen weêr de dagen in!
Hoe overvalt ons ’t duister!
Maar, schooon aan d’ overfloersde lucht
De zon gestaâg ons oog ontvlugt
En vroeg ter kim gaat dalen, —
Gij, Heer! mijn zon, mijn licht, mijn lied,
Verandert of verduistert niet
Met uw genadestralen!

4 Wat klaag ik, dat mijn jeugd verdween
Bij ’t mindren mijner krachten!
Mijn oog blikt naar den hemel heen:
Ik blijf Gods lente wachten.
Gods schepping is geen woestenij,
Maar blijft in ’t late herfstgetij
Nog geurge bloemen dragen.
Al word ik oud, — mijn hart blijv’ jong,
Het danklied, dat mijn kindsheid zong,
Klink’ in mijn najaarsdagen!

5 Wat zegt het, zoo ’k met blij ontzag
Op uw genâ mag hopen,
Dat d’ aardsche mensch van dag tot dag
Deez’ kranke hut ziet sloopen?
Zoo slechts, verjongd van dag tot dag,
De nieuwe mensch meer leven mag
En wasdom mag verwerven;
Zoo Gij, o God! mij rijp bevindt
En nog mijn herfst een bloeiknop wint,
Die open gaat bij ’t sterven!

Ontstaan

Inhoud

Muziek

Zettingen

Bewerkingen om te zingen

Bewerkingen om te spelen

Muziekuitgaven

Hymnologische informatie

De Hervormde Bundel 1938 laat vers 3 weg.

Culturele informatie

Literatuur

Externe links

Voetnoten

Beginnetje 2.png Dit artikel is helaas nog slechts een beginnetje.
Voor meer beginnetjes zie de categorie Kerkliedwiki:Beginnetje lied