Kerkliedwiki 5 jaar.png
Kom naar het Kerkliedwiki Festival op 3 februari in Amersfoort!
info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki 5 jaar.png Kerkliedwiki bestaat 5 jaar! Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas.

Dit was het feestelijke programma van de 10e Kerkliedwiki Schrijfdag op 3 februari 2018. Meer weten over een volgende dag: info@kerkmuzieknetwerk.nl

Ik weet een tuin

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Ik weet een tuin
Vorm Strofelied
Herkomst
Taal Nederlands
Land Nederland
Tekst
Dichter Herman Verbeek
Metrisch 9-8-9-8
Muziek
Componist Chris Fictoor
Solmisatie 3-3-3-2-2-4-4-3-3
Gebruik
Thema Verzoening
Schepping
Liedbundels
Zangen van Zoeken en Zien 136

Ik weet een tuin is een lied op een tekst van Herman Verbeek en muziek van Chris Fictoor

Opname beluisteren

Van de CD In die dagen, gezongen door het koor van de Pepergasthuiskerk te Groningen. Opgenomen met toestemming van de rechthebbenden.

Tekst

Ik weet een tuin waar duizend rozen
rood, geel en wit te bloeien staan.
Ik weet een stad waar duizend namen,
werk, vloek en dans de markt om gaan.

Ik weet een tuin waar duizend rozen
geduldig stil de dag doorstaan.
Ik weet een stad waar duizend namen
vasthoudend om elkander gaan

Ik weet een tuin waar duizend rozen
‘s nachts door een schoen worden vernield.
Ik weet een stad waar duizend namen
‘s nachts door een mes worden ontzield.

Ik weet een tuin waar elke morgen
de tuinman roos voor roos verbindt.
Ik weet een stad waar wie weet jij nog
dag in dag uit aan troost begint.

Ik bid dat nu een mens de moed heeft
nog deze nacht op zoek te gaan.
Ik bid dat nu een mens zal wijzen
naar die het ons heeft aangedaan.

om tuinstad en haar rozennamen
moet ik die mens wel zijn misschien.
Als ik vannacht nog thuis zal keren,
ik vrees dat ik mezelf zal zien

Ik weet een tuin waar morgenvroeg al
de tuinman roos voor roos verbindt.
Ik weet een stad waar wie weet jij nog
met mij het troostherstel begint.

Geplaatst met toestemming van de Stichting Verbeekfonds.

Ontstaan

Het lied is geschreven naar aanleiding van een krantenbericht over vandalen die in een nacht in het centrum van Groningen een rozenperk hadden vernield. (Mondelinge informatie van Herman Verbeek)

Inhoud

  • De rozen in de tuin in de stad worden het symbool voor de mensen die er wonen. En de stad is wel de hele wereld. En wie de rozen afsnijdt, snijdt de mensen in hun ziel, snijdt ze af van elkaar, snijdt ze af van de aarde. Dan is er troostherstel nodig. En een tuinman die de gewonde rozen verbindt en de wonden weer geneest. Maar ook: de rozen met elkaar verbindt tot een veelkleurige bos bloemen. En ook: de rozen weer verbindt met de tuin, de aarde, de stad. Wie die tuinman is? Misschien de tuinman van wie verhaald wordt hoe hij voor de mens een tuin aanlegde in Eden. Misschien de man van wie Maria Magdalena dacht dat hij de tuinman was. Maar het lied gaat verder: misschien moet ik het wel zijn – en jij met mij. Ieder met zijn eigen gaven om daarmee allen van dienst te zijn. [MS]
  • "We moeten niet voortdurend naar de hemel opzien en het daar van verwachten. We kunnen ons op die manier niet van onze verantwoordelijkheid ontdoen. Als wij van de aarde een woestijn maken, door onze hebzucht, dan komt er geen god om de tuin weer in orde te maken. Wij zijn dan mislukt."

(Interview met Herman Verbeek in Dagblad van het Noorden 19-3-2006)

Hymnologische informatie

Het lied is voor het eerst gepubliceerd in Zang van de monnik (nr. 15) en vervolgens in de verzamelbundel Getijden (nr. 70).

Literatuur

  • Herman Verbeek (1989). Zang van de monnik. Alsmeer: Boekmakerij/uitgeverij Luyten. ISBN 9064161747
  • Herman Verbeek (1996). Getijden. Zangen voor de dagen en de jaren. Aalsmeer: Dabar-Luyten. ISBN 9064163006