Kerkliedwiki bundels.png
Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas
info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki bevat nu informatie over ruim 4.500 liederen! Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas.

De eerstvolgende Kerkliedwiki Schrijfdag wordt gehouden op zaterdag 30 november 2019 in Amersfoort. Aanmelden of meer weten over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

Toen hebben wij al wat wij zagen

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit lied is te vinden in de volgende veelgebruikte liedbundel(s):
 Zangen van Zoeken en Zien 205 
Mogelijk staat het ook in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
Toen hebben wij al wat wij zagen
Maar geen naam
Vorm Strofelied
Herkomst
Taal Nederlands
Land Nederland
Tekst
Dichter Herman Verbeek
Metrisch 4-5-5-5-4-5
Muziek
Componist Herman Verbeek
Solmisatie 1-1-1-1-7-6-7-5-5
Gebruik
Trefwoord Geloofsbelijdenis
Gerechtigheid
Woord
Liedbundels
Zangen van Zoeken en Zien 205

Toen hebben wij al wat wij zagen zijn de beginwoorden van het lied Maar geen naam. De tekst is van Herman Verbeek, de muziek is van Peter Rippen.

Opname beluisteren

Tekst

Toen hebben wij
al wat wij zagen -
leven’s wonderen,
een rechte tafel,
vredewetten
op uw hart gelegd.

Toen hebben wij
het brood der aarde,
wijn van druivenoogst,
de eerste melk, de
nieuwe rozen
in uw hand gelegd.

Toen hebben wij
de appelboom
weer in de tuin geplant.
Geen handen zullen
zich vergrijpen,
eerbied aangezegd.

Toen hebben wij
tien woorden rechtdoen
op de berg gezet
van opgestanen,
op twee tafels
mensenrecht gelegd.

Toen hebben wij
u toegezongen.
Liefde’s hoge lied
door ons getoonzet,
hebben wij u
in de mond gelegd.

Die niet bestaat
die zo bestaan zal
boven ons gesteld.
In uw nabijzijn
wezen mogen,
aan de heup gelegd.

Toen zagen wij
u in de spiegel
van de nachtfontein.
En alles hebben wij
aan u gegeven,
maar geen naam.

Geplaatst met toestemming van de Stichting Verbeekfonds.

Inhoud

"Dat spreekt maar van God. Kerkelijken hebben er de mond van vol. Ze denken dat ze weten wat ze zeggen. Het is of ze, met het almaar God zeggen, zichzelf en de anderen bezweren moeten dat het waar is. Het is niet waar. Hoe zekerder het dogma, het credo, de leer, de prediking, het getuigenis, hoe onwaarder en ongeloofwaardiger. Ballonnen knappen. Woorden storten in, als Babels. God is niet iemand, ergens. God is geen persoon. Wij maken ons een God naar ons beeld, onze maat, onze behoefte. Daarmee houdt het op, Terwijl het daar eerst echt begint. U openen. Opengaan naar alle werkelijkheid. Haar niet aanraken, niet kleinkrijgen, niet toe-eigenen, niet bezitten. Dat is: niet benoemen. Eerbied, vervoering vertrouwen, zij huiveren van vreugde. Zij zingen een hooglied."
(Herman Verbeek in Liedboek van de ziel, p. 257).

Muziek

Het lied wordt afwisselend gezongen door allen (strofe 1,3,5 en 7) en koor (strofe 2.4.6), ieder op een eigen melodie.

Hymnologische informatie

Het lied is gepubliceerd in Liedboek van de ziel (nr. 256).

Literatuur

Herman Verbeek (2005). Liedboek van de ziel. Groningen: Stichting Verbeek-Fonds. ISBN 9080958115