Kerkliedwiki bundels.png
Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas
info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki bevat nu informatie over ruim 4.500 liederen! Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas.

De eerstvolgende Kerkliedwiki Schrijfdag wordt gehouden op zaterdag 30 november 2019 in Amersfoort. Aanmelden of meer weten over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

Van zien, maar geen gezichten

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit lied is te vinden in de volgende veelgebruikte liedbundel(s):
 Zangen van Zoeken en Zien 437 
Mogelijk staat het ook in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
Van zien, maar geen gezichten
Vorm Strofelied
Herkomst
Taal Nederlands
Land Nederland
Tekst
Dichter Herman Verbeek
Muziek
Componist Chris Fictoor
Liedbundels
Zangen van Zoeken en Zien 437

Van zien, maar geen gezichten is een lied op tekst van van Herman Verbeek met muziek van Chris Fictoor.

Opname beluisteren

Tekst

Van zien, maar geen gezichten,
verdwaasd en altijd moe,
van slapen zonder rusten,
waar zou jij mens naar toe?
De volle stad vergeet jou,
geen vriend verstaat jouw stem,
geen hand durft jou verwachten,
en zo ging het met hem.

Jij weet, maar kunt niet schreeuwen.
Ze martelen vandaag.
Hun kinderen verstijven,
maar zij, zij doen het graag.
Verbranden zelfs de zielen,
ontkomt geen sterveling.
En morgen gaat het eender,
zoals het toen ook ging.

Hoe moet jij, arme, verder
waar steeds meer groten zijn?
Wie wil van jou vernemen
waar slechts de schone schijn?
Sta op, zij zullen huilen.
Geef hun jouw vrijheid maar.
“Jij redt voor hen het leven”,
zei hij. Zegt het elkaar.

Geplaatst met toestemming van de Stichting Verbeekfonds.

Ontstaan

Dit lied werd geschreven op het station in Frankfurt, dagverblijf van talloze thuislozen en werklozen, van "gastarbeiders," gepasseerd door de gehaaste, recht op hun "doel" afjagende reizigers. (Herman Verbeek, Mensen van grond en licht, p. 119)

Inhoud

Het gezicht wordt genoemd naar de ogen, naar het zien en gezien worden. Blijkbaar vindt onze taal de ogen het voornaamste van het hoofd. Niet de oren die horen, niet de neus die ruikt, niet de mond die spreekt, ademt, eet en drinkt. De ander staat voor mij en ziet mij aan. Wij zien elkaar aan. Is het gesprek of geweld? Begroeting of bedreiging? Wie spreken over God en mensen over het hoofd zien, hebben het alleen over zichzelf en over een afgod aan zichzelf gelijk. Wanneer de Heilige-gezegend-zij-Hij onzichtbaar is, dan moet dat wel beduiden dat het zichtbaar maken, het zichtbaar worden van de ander, van de anderen, van allen nog niet voltooid is.
(Herman Verbeek, Mensen van grond en licht, p. 119)

Hymnologische informatie

Het lied werd voor het eerst gepubliceerd in Mensen van grond en licht (nr. 51) en later in de verzamelbundel Getijden (nr. 281). De interpunctie werd toegevoegd in de bundel Zangen van Zoeken en Zien.

Literatuur

  • Herman Verbeek (1983). Mensen van grond en licht. Amstelveen: Boekmakerij/uitgeverij Luyten. ISBN 9064160465
  • Herman Verbeek (1996). Getijden. Zangen voor de dagen en de jaren. Aalsmeer: Dabar-Luyten. ISBN 9064163006