Kerkliedwiki bundels.png
Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas
info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki verzorgt een wekelijkse podcast: Luistertroost! Onze alternatieve omgang met het kerklied, nu samen zingen in de kerk niet kan. Zo houden we de lofzang en de troost van liederen gaande.

Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas. Meer weten of vragen over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

Hoe zal 't ons zijn na alle leed beneden

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit lied is te vinden in de volgende veelgebruikte liedbundel(s):
Zangbundel Joh. de Heer 274a
Mogelijk staat het ook in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
Hoe zal ’t ons zijn na alle leed beneden
Vorm Strofelied
Herkomst
Titel Wie wird uns sein, wenn endlich nach dem schweren
Taal Duits
Land Duitsland
Periode 1833
Tekst
Dichter Karl Johann Philipp Spitta
Vertaler M.M.
Metrisch 11-10-11-10-11-10-11-10
Muziek
Componist Eduard Niemeyer
Melodie O selig Haus
Solmisatie 1-3-5-1-1-7-6-5-4-4-3
Liedbundels
Zangbundel Joh. de Heer 274a

Hoe zal ’t ons zijn na alle leed beneden is een vertaling, door ene M. M., van een deel van Wie wird uns sein, wenn endlich nach dem schweren (zie daar), een lied van Karl Johann Philipp Spitta; het wordt gezongen op O selig Haus, op naam van ene Eduard Niemeyer.

Opname beluisteren

Tekst

1 Hoe zal ’t ons zijn na alle leed beneden,
En aan het einde van den aardschen strijd,
Wanneer wij daar het Vaderhuis betreden,
Verlost en vrij in ’s Heeren heerlijkheid;
Het laatste stof geschud is van de voeten,
De laatste traan gedroogd is voor Gods troon,
En wij elkander daar vereend ontmoeten,
In ’t eeuwig licht ontvangen ’t zaligst loon.

2 Hoe zal ’t ons zijn. als wij daar, van de stralen
Van ’t eeuwig licht geheel doordrongen, staan.
O, welk een vreugd, de wond’ren te verhalen,
Waardoor wij zijn verlost en ingegaan.
Als al ’t gebrek voor goed is uitgesloten,
Geen schaamt’ van schuld of zond’ ons meer omgeeft,
Als hemelburgers en als huisgenooten
Verkeeren bij den Heer, Die eeuwig leeft.

3 Hoe zal ’t ons zijn, als wij de liefdekoorden,
Waardoor wij zijn getrokken tot Gods Zoon,
Dan onvermengd gevoelen in die oorden,
Met vrij geworden ziel voor ’s Heren troon.
Als elke wolk voor ’t oog zal zijn verdwenen,
Gelijk een nevel voor het zonnelicht.
En ’t Lam van God ons allen is verschenen,
In heerlijkheid voor ’s Vaders aangezicht.

4 Hoe zal ’t ons zijn, als Hij tot ons zal spreken:
„Komt in, gezegenden, in heerlijkheid!”
En wij voor eeuwig drinken uit die beken,
Waaruit wij hier gelaafd zijn in de strijd,
En d’ oogen zien, die hier van tranen vloten
Om zielenood en ’s harten hardigheid, —
De wonden, die het dierbaar bloed vergoten,
Dat ons van dood en zonde heeft bevrijd.

5 Hoe zal ’t ons zijn, als, wat geen oog aanschouwde,
Geen oor gehoord heeft op deez’ arme aard,
Ons oog zal zien, waar ’t hart op Hem betrouwde:
In ’t vaderland, om Jezus’ troon geschaard.
Welaan, dan nu het steile pad betreden, —
Het is ons zweet en alle moeite waard,
En, moet het zijn: om Zijnen Naam geleden!
Die, als Hij leed, ons allen heeft gespaard.

Muziek

Hymnologische informatie

Het lied is vanaf de 2e uitgave (1906) opgenomen in de Zangbundel Joh. de Heer.