Kerkliedwiki bundels.png
Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas
info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki bevat nu informatie over ruim 4.500 liederen! Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas.

De eerstvolgende Kerkliedwiki Schrijfdag wordt gehouden op zaterdag 30 november 2019 in Amersfoort. Aanmelden of meer weten over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

Je moet de zee doorgaan

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit lied is te vinden in de volgende veelgebruikte liedbundel(s):
 Zangen van Zoeken en Zien 21 
Mogelijk staat het ook in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
Je moet de zee doorgaan
Lied van de uittocht
Vorm Strofelied
Tekst
Dichter Henk Jongerius
Bijbelplaats Exodus 14:21-31
Metrisch 6-7-7-6-6
Muziek
Componist Chris van Bruggen
Solmisatie 3-6-6-7-3-6
Gebruik
Thema Pelgrimage
Liedbundels
Zangen van Zoeken en Zien 21
 VWG 415 

Je moet de zee doorgaan is een lied van Henk Jongerius op muziek van Chris van Bruggen

Opname beluisteren

Tekst

De eerste strofe:

Je moet de zee doorgaan,
de diepte van het leven
en zonder angst of vrezen
vertrouwen op mijn Naam,
vertrouwen op mijn Naam.

De tekst is auteursrechtelijk beschermd en kan daarom hier niet volledig worden weergegeven.

Inhoud

Hoewel God in het lied zelf aan het woord lijkt te zijn ( "mijn Naam"), gaan de woorden van het lied niet direct terug op een vers in Exodus. Eerder reflecteert het lied wat wij in het Exodusverhaal kunnen horen, en hoe het terugslaat op onze eigen levenservaring. Je moet het angstland maar vergeten, de kwade macht trotseren en je eigen kracht (de liefde) herwinnen. Elk van de vier strofen begint met de beginregel Je moet de zee doorgaan, waardoor deze "stokregel" centraal het hele lied door blijft staan. De vier strofen cirkelen als het ware om die regel heen, en dringen steeds verder door tot het wezen van die boodschap. Een patroon dat we in veel liederen van Henk Jongerius terugvinden; hij omschrijft het zelf als een meditatieve manier van zingen.

Door de herhaling van de slotregels in elk couplet (die steeds rijmen op de stokregel) ontstaat als het ware nog een nieuwe inhoud:

vertrouwen op mijn Naam
als slaven zonder naam
tot hopeloos bestaan
en nooit verloren gaan.