Kerkliedwiki bundels.png
Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas.
• Meer weten of vragen over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki wijst je de weg naar meer dan 9.000 liederen! Tips nodig? Zo kun je een lied zoeken. Hier vind je een overzicht van alle liedbundels.

Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas. Meer weten of vragen over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

Hoor, God, ons roepen, of wij gaan verloren

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit lied is te vinden in de volgende veelgebruikte liedbundel(s):
Zingt Jubilate 816 (a)
Mogelijk staat het ook in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
Hoor, God, ons roepen, of wij gaan verloren
Hoor, God, ons roepen
Vorm Strofelied
Herkomst
Taal Nederlands
Land Nederland
Periode Omstreeks 1988
Tekst
Dichter Sytze de Vries
Bijbelplaats Romeinen 8:25-28
Psalm 130
Psalm 139
Romeinen 8:22
Metrisch 11-11-11-5
Muziek
Componist Willem Vogel (a)
Johann Crüger (c)
Melodie Zalige ure! vruchtbaar van verblijden (b)
Herzliebster Jesu, was hast du verbrochen (c)
Herkomst Camphuysens Stichtelijke rymen, 1680 (b)
Solmisatie 3-1-2-3-3-2-3-4-3-2-1 (a)
1-1-7-6-5-1-2-3-1-2-3 (b)
2-2-2-1-6-2-3-4-4-5-3 (c)
Gebruik
Getijde v/d dag Avond
Liedbundels
Zingt Jubilate 816 (a)
Lied van de week 860107 (b)
Zingend Geloven 3-74(a)
Tegen het donker 6 (c)
Jij, mijn adem 81 (c)

Hoor, God, ons roepen is een lied van Sytze de Vries, getoonzet door Willem Vogel. Het is eveneens gepubliceerd op de melodie van het lied Zalige ure! vruchtbaar van verblijden (melodie) en Herzliebster Jesu, was hast du verbrochen (melodie) van Johann Crüger.

Tekst

In dit lied wordt als het ware meditatief gereageerd op een passage uit de brief van Paulus aan de Romeinen (8: 25-28) waar gesproken wordt over de hoop 'op hetgeen wij niet zien' en de verwachting daarvan 'met volharding'. De Geest zal dan onze zwakheid te hulp komen, 'want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen'.

De strofen 1, 2 en 3 verwoorden Paulus' gedachtengang, dat wij leven van de hoop op hetgeen wij nog niet zien en hebben de vorm van een gebed aangenomen. Een gebed om de Geest, die werkelijk kracht geeft. Deze Geest geeft ruimte om 'ons onvermogen' te vertalen 'tot in den hoge' (strofe 3). En dat gebeurt door de 'Adem van God', waarvan al sprake is in Genesis 1: 'en de Geest Gods' , die zweefde over de wateren, is zo scheppend en herscheppend bezig.

In strofe 4 zijn verschillende beelden uit Psalm 130 en Psalm 139 herkenbaar. De twee slotregels van de strofen 3, 4 en 5 herhalen steeds op verschillende wijze dat de Geest zelf in ons bidt en voor ons pleit. Vooral strofe 5 noemt dat. Zo gaat de Geest van God uit én keert tot Hem terug en heeft daarbij 'ons bidden opgevangen'. Strofe 6 verwijst naar de schepping die 'in al haar delen zucht en in barensnood is' en roept om een Geest, die voor allen pleit. (Bron: toelichting ontleend aan het Commentaar bij Zingend Geloven, III-74 en de toelichting bij 'Lied van de Week, januari 1986).

Inhoud

De beginregels van de strofen luiden:

  • 1. Hoor, God, ons roepen, of wij gaan verloren
  • 2. Ons leven sterft aan wat wij zelf verdienen
  • 3. Zullen wij dan alleen onszelf beklagen
  • 4. God, die ons kent en ziet in het verborgen
  • 5. Als wij in hulploos zwijgen blijven steken
  • 6. Geest, pleit voor allen, die verlossing wachten.

Muziek

Oorspronkelijk schreef de dichter dit lied op de melodie van 'Zalige ure, vruchtbaar van verblijden'. Willem Vogel schreef op verzoek van de redactie van 'Zingend Geloven' een nieuwe melodie, omdat de melodie bijna te vrolijk werd gevonden voor de vragende tekst. De toonsoort is F grote terts. Vogel laat zijn melodie op de terts beginnen en houdt de eerste regel in het tamelijk kleine toongebied van een kwart. Na de eerste regel te hebben beëindigd op de tonica f, begint ook regel 2 met de terts. Nu gaat de wijs door tot aan het melodische hoogtepunt op d twee-gestreept. Hiermee wordt het toongebied uitgebreid tot een grote sext. Regel 3 breidt de melodie nog verder uit, maar in de laagte. De omvang van deze regel is een octaaf! De uitroepen die alle strofen besluiten kregen door de opwaartse octaafsprong tussen regel 3 en 4 een 'wakkerschuddend' karakter. Totale melodie-omvang: een none. (Bron: Toelichting ingekort overgenomen uit het Commentaar bij Zingend Geloven, III-74).

Hymnologische informatie

  • In Jij, mijn adem zijn slechts de strofen 4, 5, en 6 opgenomen, zodat het lied daar de beginregel God, die ons kent en ziet in het verborgen heeft gekregen.

Literatuur

Toelichting: S.de Vries/C.Brandenburg: Lied van de week 860107