Kerkliedwiki bundels.png
Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas
info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki verzorgt een wekelijkse podcast: Luistertroost! Onze alternatieve omgang met het kerklied, nu samen zingen in de kerk niet kan. Zo houden we de lofzang en de troost van liederen gaande.

Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas. Meer weten of vragen over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

Hoor des Heilands vriend'lijk noden

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit lied is te vinden in de volgende veelgebruikte liedbundel(s):
 Zangbundel Joh. de Heer 83 (b) 
Mogelijk staat het ook in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
Hoor des Heilands vriend'lijk noden
Heer! zend ook mij
Vorm Strofelied
Herkomst
Titel Here am I, send me
Taal Engels
Land Verenigde Staten
Periode 1868
Tekst
Dichter Daniel March
Vertaler C.S. Adama van Scheltema
Herkomst 8-7-8-7
Muziek
Componist Franklin E. Belden (b)
Sidney Martin Grannis (a)
Melodie Fillmore (b)
Hark, the voice of Jesus crying (Grannis) (a)
Solmisatie 5-3-1-2-3-4-6-5-1-6-5-3
Gebruik
Thema roeping
Liedbundels
Zangbundel Joh. de Heer 83 (b)

Hoor des Heilands vriend'lijk noden roept op hoe dan ook het evangelie te verspreiden. Het is een vertaling, door C.S. Adama van Scheltema, van het lied Here am I, send me, met als beginregel Hark! the voice of Jesus crying van Daniel March (1816-1909) uit 1868. Ongeveer in dezelfde tijd heeft ook Meier Salomon Bromet voor een vertaling gezorgd.
O.a. in de Gospel Hymns (1894) heeft het lied een melodie van Sidney Martin Grannis (1827-1907). De Zangbundel Joh. de Heer gebruikt een minder gangbare melodie: Fillmore van Franklin E. Belden (1858-1945).

Opname beluisteren

Tekst

origineel Adama v. Scheltema Bromet

Here am I, send me
1 Hark! the voice of Jesus crying,
“Who will go and work today?
Fields are white, and harvest waiting;
Whoo wil bear the sheaves away?”
Loud and strong the Master calleth,
Rich reward He offers thee;
Who will answer, gladly saying,
“Here am I; send me, send me!”
“Here am I; send me, send me!”

2 If you cannot cross the ocean,
And the heathen lands explore,
You can find the heathen nearer,
You can help them at your door.
If you cannot give your thousands,
You can give the widow’s mite;
And the least you do for Jesus,
Will be precious in His sight,
Will be precious in His sight

3 If you cannot speak like angels,
If you cannot preach like Paul,
You can tell the love of Jesus,
You can say He died for all.
If you cannot rouse the wicked
With the judgment’s dread alarms,
You can lead the little children
To the Saviour’s waiting arms,
To the Saviour’s waiting arms.

4 If you cannot be the watchman,
Standing high on Zion’s wall,
Pointing out the path to heaven,
Offering life and peace to all; —
With your prayers and with your bounties
You can do what heaven demands;
You can be like faithful Aaron,
Holding up the prophet’s hands.
Holding up the prophet’s hands.

5 If among the older people,
You may not be apt to teach,
“Feed my lambs,” said Christ, our Shepherd,
“Place the food within their reach.”
And it may be that the children
You have let with trembling hand,
Will be found among your jewels,
When you reach the better land.
When you reach the better land.

6 Let none hear you idly saying,
“There is nothing I can do.”
While the souls of men are dying,
And the Master calls for you.
Take the task He gives you gladly,
Let His work your pleasure be;
Answer quickly when He calleth,
“Here am I; send me, send me!”
“Here am I; send me, send me!”

Heer! Zend ook mij
1 Hoor des Heilands vriend’lijk nooden:
„Wilt gij tot mijn akker gaan?
De oogst is rijp en beidt den maaier,
Op zijn sikkel wacht het graan!”
Luid en dringend roept de Meester,
En een vorstlijk loon schenkt Hij:
O! wie hoort hem, en zegt dankbaar:
„Heer, hier ben ik, zend ook mij”.
„Heer, hier ben ik, zend ook mij”

2 Kunt ge al niet aan verre stranden
Heid’nen winnen door uw woord,
Zie, nabij u leven heid’nen
In een nacht van zonde voort.
Mist gij ’s rijken goud en zilver,
Toch der weduw penning niet,
Jezus loont zelfs wie vermoeiden
Slechts een beker water biedt.
Slechts een beker water biedt.

3 Spreekt gij niet der eng’len talen,
Mist gij Paulus’ gave en kracht,
Toch kunt gij in eenvoud zeggen
Wat voor u de Heer volbracht.
Derft gij ’t woord, dat goddeloozen
Voor Gods oordeel siddren doet,
Toch kunt gij ’t den kindren zeggen:
„Onze God is eindloos goed!”
„Onze God is eindloos goed!”

4 Dekke u nooit het woord der traagheid:
„Wat zou ik, die niets vermag?”
O, genoeg zij ’t u dat Jezus
Vragend op u neder zag.
Doe, wat Hij begeert blijmoedig,
Dat Zijn werk uw vreugde zij;
Laat Hem blijde uw antwoord hooren:
„Heer! hier ben ik, zend ook mij.”
„Heer! hier ben ik, zend ook mij.”

5 Kunt gij als profetisch wachter
Al op Sins muur niet staan,
En ontbreken u de gaven
Om als leidsman voor te gaan;
Bidden kunt gij, eenzaam pleiten,
Voor wie zwaarder taak verricht,
En als op den berg Aäron,
Maakt gij andren ’t strijden licht.
Maakt gij andren ’t strijden licht.

6 Zoo gij ouderen van dagen
Niet tot leeraar wezen kunt,
Hoor uw Herder, die u ’t hoeden
Van Zijn lammeren vergunt;
En de kindren, die uw liefde
Heeft gevoedsterd en geleid,
Blijken eens een vorstenkroon u
In den dag der zaligheid.
In den dag der zaligheid.

Zie, hier ben ik, zend mij
1 Hoor de stem van Jezus, roepen:
„Wie wil Mij zijn diensten biên?
Velden vol van rijpend koren
Wachten steeds op d’ akkerliên;
„Wie wil gaan?” Zoo roept de Meester;
Rijk en heerlijk loon biedt Hij!
Wie geeft Hem het willig antwoord:
„Hier ben ik, zend mij, zend mij!
Hier ben ik, zend mij, zend mij!”

2 Kunt gij d’ Oceaan niet kruisen
Om naar ’t heidenland te gaan:
Zie, de heid’nen zijn veel nader;
Help hen die nabij u staan.
Kunt gij geen miljoenen geven,
Geef dan als die weduw’ gaf;
’t Minst dat gij voor Jezus offert
Wijst Hij nimmer van Zich af.
Wijst Hij nimmer van Zich af.

3 Kunt gij niet als eng’len spreken,
Roep slechts: „Jezus stierf voor u!”,
Kunt gij niet als Paulus preêken,
Zeg dan: „Zondaar, kom, kom nu!”
Kunt gij d’ ouden niet bewegen
Om te vlieden tot Gods Zoon,
Wees dan kind’ren tot een zegen,
Leid de kleinen tot Gods troon.
Leid de kleinen tot Gods troon.

4 Laat nooit iemand van u hooren:
„Daar is niets te doen voor mij!”
Weet het, zielen gaan verloren,
En de nacht is dicht nabij.
Jezus roept u — werk nu voor Hem,
Met een hart verheugd en blij;
Antwoord op uws Meester’s roepstem:
„Hier ben ik, zend mij, zend mij!
Hier ben ik, zend mij, zend mij!”

origineel = Ira D. Sankey, James McGranahan & Geo. C. Stebbins, Gospel Hymns Nos. 1 to 6 (Diamond Edition), Cincinnati etc.: The John Church Co. / New York: The Biglow & Main Co., [1894], nr. 640
Adama v. Scheltema = Opwekkingszangen. Liederen van Ira D. Sankey, nagezongen door C.S. Adama van Scheltema, Neerbosch: Neerbosch' Boekhandel, Volkseditie, vierde druk, z.j., nr. 19
Bromet = Opwekkingsliederen van Ira D. Sankey en anderen nagezongen door M.S. Bromet, Rotterdam: Joh. de Heer & Zn, [30e druk, 1930] nr. 40

Ontstaan

Inhoud

Muziek

Muziekuitgaven

Hymnologische informatie

De Zangbundel Joh. de Heer volgt de vertaling van Adama van Scheltema. Er zijn enkele kleine aanpassingen in de eerste strofe en alleen de eerste vier van zes strofen zijn opgenomen.
Zowel Adama van Scheltema als Bromet gebruiken zelf de melodie van Grannis.
Het zou niet vreemd zijn als zou blijken dat de volgorde van de coupletten bij Adama van Scheltema een zetfout heeft: vers 4 is in feite vers 6, de natuurlijke afsluiting van het lied.

Culturele informatie

Literatuur

Externe links

Beginnetje 2.png Dit artikel is helaas nog slechts een beginnetje.
Voor meer beginnetjes zie de categorie Kerkliedwiki:Beginnetje lied