Kerkliedwiki bundels.png
Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas
info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki verzorgt een wekelijkse podcast: Luistertroost! Onze alternatieve omgang met het kerklied, nu samen zingen in de kerk niet kan. Zo houden we de lofzang en de troost van liederen gaande.

Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas. Meer weten of vragen over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

Heil'ge Jezus, mij ten leven

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit lied is te vinden in de volgende veelgebruikte liedbundel(s):
 Zangbundel Joh. de Heer 422 (a/b) 
Mogelijk staat het ook in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
Heil'ge Jezus, mij ten leven
Jezus’ voorbeeld
Vorm Strofelied
Herkomst
Taal Nederlands
Land Nederland
Periode 17 eeuw
Tekst
Dichter Jodocus van Lodenstein
Vertaler Abraham Rutgers
Muziek
Componist Philipp Nicolai
Onbekend (a)
Johann Sebastian Bach (b)
Melodie Wachet auf, ruft uns die Stimme (1806) (a)
Solmisatie 1-3-5-5-6-1-6-5 (a)
1-3-5-5-5-5-6-5 (b)
Liedbundels
Zangbundel Joh. de Heer 422 (a/b)
Hervormde Bundel 1938 216 (b)
Evangelische Gezangen 62 (a)

Heil’ge Jezus, mij ten leven (Jezus’ voorbeeld) is een bewerking, van Abraham Rutgers, van een lied van Jodocus van Lodenstein (1620-1677): Heyl’ge Jesu! Hemelsch voorbeeld! De bewerking werd in de Evangelische Gezangen (1806) opgenomen met een variant van Wachet auf, ruft uns die Stimme (melodie) van Philipp Nicolai.

Opname beluisteren

Tekst

1 Heilge Jezus! mij ten leven,
Ter heiligmaking mij gegeven,
Hoe heerlijk zijt G’ in heerlijkheid!
Hemelsch voorbeeld! al de luister
Van Englen heiligheid wordt duister,
Bij ’t licht van uwe heiligheid:
O Gij! zoo onbesmet,
Gij zijt mijn Hoofd en wet;
Heilge Jezus!
O heilig mij,
Dat ik als Gij
In hart en wandel heilig zij.

2 ’s Vaders wil was boven alles,
O Jezus! steeds uw welgevallen,
Gij zweegt voor Hem op alles stil;
Och! mogt, all’ mijn levensdagen,
Wat Hem behaagt ook mij behagen,
Mijn wil zich voegen naar zijn’ wil,
Dat ik met al mijn’ lust
In zijnen wil berust’;
Hoor mijn zuchten,
O, heilig mij!
Dat ik als Gij
In alles onderworpen zij.

3 Steeds arbeidzaam, vol van zorgen,
Waart G’ altijd bezig, van den morgen
Tot aan den laten avondstond;
’s Vaders wil was daags uw spijze,
’t Gebed uw nachtrust, Hem ten prijze:
Och! dat G’ ook mij nooit ledig vondt,
Maar werkzaam nacht en dag,
Waar ooit uw oog mij zag;
Leer mij waken,
O, heilig mij!
Dat ik als Gij
Ook in mijn roeping wakker zij.

4 Welk een liefde, wat meêdoogen,
Wat tederheid blonk in uw oogen,
Wat minzaamheid in uw gelaat;
Haters zelfs, zoo wel als vrinden,
Elk mogt U willig, vaardig vinden
Tot troost of hulp, met raad en daad:
Och! waar die minzaamheid
Ook in mijn doen verspreid;
Dierbre Heilland!
O, heilig mij!
Dat ik als Gij
In al mijn’ omgang minzaam zij.

5 Gij, o Jezus! Gij onschuldig
Verdroegt het scherpste leed geduldig,
Gij scholdt niet weder, wie U schold;
D’ eer uws Vaders aan te randen
Mogt uwen ijver doen ontbranden,
Gij zweegt wanneer ’t uw eere gold;
Geen terging stoord’ uw rust,
Vergeving was uw lust:
Lieve Jezus!
O, heilig mij!
Dat ik als Gij
Zachtmoedig, graag vergevend zij.

6 Ootmoed deed U, Heer der heeren!
Den lof van menschen ligt ontberen,
Uws Vaders eere zocht Gij maar;
Waar men aardschen roem of voordeel
Ooit voorkeur gaf, uw wikkend oordeel
Bestuurde juist den evenaar:
Gij, die geen hoogheid zocht,
Hoe groot G’ ook wezen mogt,
Gij, d’ ootmoed zelf!
O, heilig mij!
Dat ik als Gij
Voor God en mensch ootmoedig zij.

7 Reine Jezus! geene togten
Van ’t vleesch, geen driften overmogten
De reinheid immer van uw hart,
Kuischheid heerscht’ in al uw leden,
Nooit waart Gij, door begeerlijkheden,
Of lusten in haar’ strik verward;
Uw doen was naar Gods wet,
Uw denken onbesmet:
Kuische Jezus!
O, heilig mij!
Dat ik als Gij
Ook kuisch van hart en wandel zij.

8 Matig in uw levenswijze
Mat U de rede drank en spijze,
Nooit dartelheid of lekkernij;
Niets, dat meer uw’ honger stilde,
Dan ’t doen van ’t geen uw Vader wilde,
Dit was uw spijs, uw lekkernij;
In zelfsverloochening
Vondt G’ uw verzadiging:
Heilge Jezus!
O, heilig, mij!
Dat ik als Gij
In drank en spijze matig zij.

9 Heilge Jezus! vorm mijn leden,
Mijn krachten en begeerlijkheden
Dat aan mij alles U gelijk’,
’t Oog in ’t zien, de voet in ’t wandlen;
Dat in mijn denken, spreken, handlen,
In alles uwe beeldnis blijk’:
Hervorm vooral, volmaak
Mijn hart naar uwen smaak;
Heilge Jezus!
O, heilig mij!
Tot ik als Gij
Geheel volmaakt en heilig zij.

Ontstaan

Inhoud

Muziek

Muziekuitgaven

Hymnologische informatie

De Zangbundel Joh. de Heer heeft vanaf de 1e uitgave (1905) de strofen 1, 2 en 9 overgenomen uit de Evangelische Gezangen, inclusief de bijbehorende melodie-variant. Waarschijnlijk vanaf de 20e uitgave (1963) of de 21e (1968) wordt de melodie aangepast aan die in de Hervormde Bundel 1938, de tekst blijft die uit 1806. Het levert in de 22e uitgave de grappige aanduiding op dat het om Gez. 216: 1, 2, 9 zou gaan.

De Hervormde Bundel 1938 neemt dezelfde strofen over, met een wijziging in de twee slotregels van strofe 9:

dat ik als Gij
in U volmaakt en heilig zij!

De melodie wordt aangepast naar de 'bewerking van Johann Sebastian Bach'.

Culturele informatie

Literatuur

  • A.W. Bronsveld, De Evangelische Gezangen etc., p. 258-259

Externe links

Beginnetje 2.png Dit artikel is helaas nog slechts een beginnetje.
Voor meer beginnetjes zie de categorie Kerkliedwiki:Beginnetje lied