Kerkliedwiki bundels.png
Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas
info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki verzorgt een wekelijkse podcast: Luistertroost! Onze alternatieve omgang met het kerklied, nu samen zingen in de kerk niet kan. Zo houden we de lofzang en de troost van liederen gaande.

Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas. Meer weten of vragen over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

Laat ieder 's Heren goedheid loven

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit lied is te vinden in de volgende veelgebruikte liedbundel(s):
Op Toonhoogte 2015 52 Zangbundel Joh. de Heer 337
Mogelijk staat het ook in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
Laat ieder 's Heren goedheid loven
Psalm 118
Latijnse titel Confitemini Domino
Vulgaat Psalm 117
Berijming Psalmberijming van 1773
Tekst
Dichter Johannes Eusebius Voet
Bijbelplaats Psalm 118
Metrisch 9-8-9-8-9-8-9-8
Muziek
Componist Louis Bourgeois
Melodie Psalm 118
Solmisatie 1-6-5-1-1-2-4-3-2
Liedbundels
Op Toonhoogte 2015 52
Zangbundel Joh. de Heer 337
Gezangboek der ELK 268
Hervormde Bundel 1938 Ps 118
Psalmberijming van 1773 118
Op Toonhoogte 30
Johannes Eusebius Voet berijmde vele psalmen, waaronder Psalm 118, Laat ieder 's Heren goedheid loven. Hij gebruikte de melodie van de Geneefse Psalmen.

Opname beluisteren

Tekst

1 Laat ieder ’s Heeren goedheid looven,
Want goed is d’ Oppermajesteit:
Zijn goedheid gaat het al te boven;
Zijn goedheid duurt in eeuwigheid.
Laat Isrel nu Gods goedheid looven,
En zeggen: roemt Gods majesteit;
Zijn goedheid gaat het al te boven;
Zijn goedheid duurt in eeuwigheid.

2 Laat Arons huis Gods goedheid looven,
En zeggen: roemt Gods majesteit;
Zijn goedheid gaat het al te boven;
Zijn goedheid duurt in eeuwigheid.
Laat die God vreezen Hem nu looven,
En zeggen: roemt Gods majesteit;
Zijn goedheid gaat het al te boven;
Zijn goedheid duurt in eeuwigheid.

3 Ik werd benaauwd van alle zijden,
En riep den Heer ootmoedig aan;
De Heer verhoorde mij in ’t lijden,
En deed mij in de ruimte gaan.
De Heer is bij mij, ’k zal niet vreezen;
De Heer zal mij getrouw behoên;
Daar God mijn schild en hulp wil weezen,
Wat zal een nietig mensch mij doen?

I. Pauze

4 De Heer is aan de spits getreeden
Der genen, die mij hulpe biên;
Ik zal, gered uit zwaarigheden,
Mijn’ lust aan mijne haatren zien.
’t Is beter, als w’ om redding wenschen,
Te vlugten tot des Heeren magt,
Dan dat men ooit vertrouw’ op menschen,
Of zelfs van prinsen hulp verwacht’.

5 Toen ik de heidnen aan zag rukken,
Heb ik in ’s Heeren kracht gestreên;
Ik hieuw z’ in ’s Heeren naam aan stukken,
Vertrouwend’ op dien naam alleen.
Ik kon noch voor- noch rugwaards keeren,
Omringd, ja gansch omringd ter dood;
Ik sloeg hen in den naam des Heeren,
Die mij goedgunstig bijstand bood.

6 Zij hadden mij omringd als bijen,
Maar zijn als doornenvuur vergaan:
’k Mogt hen in ’s Heeren kracht bestrijen;
In ’s Heeren naam hen gansch verslaan.
Gij hadt m’, o vijand! hard gestooten,
Tot vallens toe mij onderdrukt:
De Heer bewaart zijn gunstgenooten;
De Heer heeft zelf mij uitgerukt.

7 De Heer is mij tot hulp en sterkte;
Hij is mijn lied, mijn psalmgezang:
Hij was het, die mijn heil bewerkte,
Dies loof ik Hem mijn leven lang.
Men hoort der vroomen tent weêrgalmen
Van hulp en heil, ons aangebragt;
Daar zingt men blij, met dankbre psalmen:
Gods rechtehand doet groote kracht.

II. Pauze

8 Gods rechtehand is hoog verheven;
Des Heeren sterke rechtehand
Doet door haar daên de weereld beeven;
Houdt door haar kracht Gods volk in stand.
Ik zal door ’s vijands zwaard niet sterven,
Maar leeven, en des Heeren daên,
Waardoor wij zooveel heils verwerven,
Elk, tot zijn eer, doen gadeslaan.

9 De Heer wou mij wel hard kastijden,
Maar stortte mij niet in den dood;
Verzachtte vaderlijk mijn lijden,
En redde mij uit allen nood.
Ontsluit, ontsluit, voor mijne schreden,
De poorten der gerechtigheid;
Door deze zal ik binnen treeden,
En looven ’s Heeren majesteit.

10 Dit is, dit is de poort des Heeren;
Daar zal ’t rechtvaardig volk door treên,
Om hunnen God ootmoedig t’ eeren,
Voor ’t smaaken zijner zaligheên.
Ik zal uw’ naam en goedheid prijzen;
Gij hebt gehoord; Gij zijt mijn’ geest,
Door uw ontelbre gunstbewijzen,
Tot hulp, en heil, en vreugd geweest.

III. Pauze

11 De steen, dien door de tempelbouwers
Verachtlijk was een plaats ontzegd,
Is, tot verbaazing der beschouwers,
Van God ten hoofd des hoeks gelegd.
Dit werk is door Gods alvermogen,
Door ’s Heeren hand alleen geschied:
Het is een wonder in onz’ oogen;
Wij zien het, maar doorgronden ’t niet.

12 Dit is de dag, de roem der dagen,
Dien Isrels God geheiligd heeft:
Laat ons verheugd, van zorg ontslagen,
Hem roemen, die ons blijdschap geeft.
Och Heer! geef thans uw zegeningen;
Och Heer! geef heil op dezen dag;
Och dat men op deez’ eerstelingen
Een’ rijken oogst van voorspoed zag!

13 Gezegend zij de groote Koning,
Die tot ons komt in ’s Heeren naam!
Wij zeegnen U uit ’s Heeren wooning;
Wij zegenen U al te saam.
De Heer is God, door wien w’ aanschouwen
Het vrolijk licht, na bang gevaar:
Bindt d’ offerdieren dan met touwen
Tot aan de hoornen van ’t altaar.

14 Gij zijt mijn God, U zal ik looven,
Verhoogen uwe majesteit.
Mijn God! niets gaat uw’ roem te boven;
U prijz’ ik tot in eeuwigheid.
Laat ieder ’s Heeren goedheid looven;
Want goed is d’ Oppermajesteit;
Zijn goedheid gaat het al te boven;
Zijn goedheid duurt in eeuwigheid.

Ontstaan

Inhoud

Muziek

Muziekuitgaven

Hymnologische informatie

In het ELK (nr. 268) zijn slechts de strofen 1, 3, 7, 8, 11, 12, 13 en 14 opgenomen. De Zangbundel Joh. de Heer heeft strofen 1,7, 11, 12 en 14.

Culturele informatie

Literatuur

Externe links