Kerkliedwiki bundels.png
Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas
info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki verzorgt een wekelijkse podcast: Luistertroost! Onze alternatieve omgang met het kerklied, nu samen zingen in de kerk niet kan. Zo houden we de lofzang en de troost van liederen gaande.

Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas. Meer weten of vragen over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

Aus tiefer Not schrei ich zu dir

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit lied is niet te vinden in één van de veelgebruikte liedbundels.
Mogelijk staat het wel in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
Aus tiefer Not schrei ich zu dir
Aus tiefer Not schrei ich zu dir
Genre Strofelied
Herkomst
Taal Duits
Land Duitsland
Periode 1524
Psalm 130
Type Boetepsalm
Pelgrimslied
Latijnse titel De profundis
Vulgaat Psalm 129
Tekst
Dichter Martin Luther
Bijbelplaats Psalm 130
Metrisch 8-7-8-7-8-8-7
Muziek
Componist Martin Luther (a)
Wolfgang Dachstein (b)
Melodie Aus tiefer Not schrei ich zu dir
Solmisatie 7-3-7-1-7-5-6-7 (a)
1-7-1-2-2-1-2-3 (b)
Liedbundels
Evangelisches Gesangbuch 299 (a, b)
Gotteslob 277 (a)
Colours of Grace 11 (a)

Aus tiefer Not schrei ich zu dir is een lied van Martin Luther (1483-1546). Hij schreef het lied eind 1523 / begin 1524 als een berijmde versie van Psalm 130, De Profundis. Zijn intensieve omgang met deze psalm heeft geleid tot verschillende vertalingen en twee versies van het lied. Hij schreef eerst een vierstrofige berijming van de Bijbelse tekst, gevolgd door een vijfstrofige versie waarin de tekst is uitgebreid met het reformatorische thema van rechtvaardiging door het geloof alleen.

Vertalingen / bewerkingen

Bronnenkwestie

In de vroegste drukken bestaat er een versie met vier strofen en één met vijf strofen, waardoor onderzoekers lange tijd van mening verschilden over de ontstaansvolgorde. De meest gangbare opvatting is dat Luther eerst de vierstrofige versie schreef als een bewerking die zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke Bijbeltekst van de psalm bleef. Daarna heeft hij de vijfstrofige versie gemaakt, waarin ook zijn inzicht over de rechtvaardigingsleer en de betekenis van goede werken is opgenomen. Geconcludeerd kan worden dat het ontstaan verliep in drie stadia: (1) de vierstrofige tekst werd gezongen op een bekende melodie, (2) Luther schreef een nieuwe melodie en (3) tot slot schreef hij de vijfstrofige tekst.

Tekst

Vierstrofige versie:

1. Aus tieffer not schrey ich zu dir /
herr Gott erhör mein ruffen.
Dein gnedig oren ker zu mir /
vnd meyner bit sye offen.
Den so du wilt das sehen an /
wie manche sund ich hab gethan.
Wer kan herr fur dir bleiben?

2. Es steht bey deyner macht allein /
die sunden zu vergeben.
Das dich forcht beide gros vnd kleyn /
auch yn dem besten leben /
darumb auff Got wil hoffen ich /
mein hertz auff yhn sol lassen sych.
Ich wil seins worts erharren.

3. Vnd ob es wert bys yn die nacht /
vnd widder an den morgen /
Doch sol mein hertz an Gottes macht
vertzweyffeln nicht noch sorgen.
So thu du Israel rechter art /
der auß dem geyst erzeuget wart.
Vnd seynes Gotts erharre

4. Ob bey vns ist der sunden viel /
bey Gott ist vil mer gnaden.
Sein hant zu helffen hat keyn ziel /
wy groß auch sey der schaden.
Er ist allein der gute hyrtt /
der Israel erlosen wirt.
Aus seynen sunden allen.

Vijfstrofige versie:

1. Aus tieffer not schrey ich zu dyr /
Herr Gott, erhor meyn ruffen.
Deyn gnedig oren ker zu myr /
vnd meyner bitt sie offen.
Den so du wilt das sehen an /
was sund und unrecht ist gethan /
wer kan, Herr, fur dyr bleyben?

2. Bey dyr gillt nichts den gnad und gonst /
die sunden zu vergeben.
Es ist doch unser thun umb sonst, /
auch ynn dem besten leben.
Fur dyr niemant sich rhumen kan; /
des mus dich furchten yderman /
Und deyner gnaden leben.

3. Darum auff Got twill hoffen ich, /
auff meyn verdienst nicht bauen.
Auff yhn meyn hertz sol lassen sich /
und seyner guete trauen, /
Die myr zu sagt seyn werdes wort; /
das ist meyn trost und treuer hort.
Des will ich allzeyt harren.

4. Und ob es wert bis ynn die nacht /
und widder an den morgen /
Doch sol meyn hertz an Gottes macht /
verzweyfeln nicht noch sorgen.
So thu Israel rechter art, /
der aus dem geyst erzeuget ward, /
Und seynes Gotts erharre.

5. Ob bey vns ist der sunden viel, /
bey Gott ist viel mehr gnaden.
Seyn hand zu helffen hat keyn ziel /
wie gros auch sey der schaden.
Er ist alleyn der gute hirt, /
der Israel erlosen wirt. /
Aus seynen sunden allen.

Ontstaan

Muziek

Martin Luther schreef de tekst aanvankelijk op een bestaande melodie. Korte tijd daarna voorzag hij het lied van een eigen melodie met de kenmerkende dubbele kwintsprong aan het begin. Johann Sebastian Bach schreef in 1724 een koraalcantate over het lied (BWV 38) en twee orgelbewerkingen in de Clavierübung III uit 1739 (BWV 686 en 687).

In Zuid-Duitsland was de melodie van Wolfgang Dachstein uit het Straßburger Gesangbuch (1525) bekender. Deze melodie is door Bach in zijn koraalbewerking BWV 1099 (Neumeister-Sammlung) gebruikt. In het Evangelisches Gesangbuch is deze melodie als tweede melodie opgenomen.

Hymnologische informatie

De vijfstrofige versie is opgenomen in het Evangelisches Gesangbuch (Nr. 299). Het katholieke Gotteslob (2013) bevat de strofen 1, 3, 4 und 5 met kleine tekstaanpassingen (Nr. 277). Het Mennonitische Gesangbuch bevat vijf strofen met eveneens kleine tekstaanpassingen (Nr. 387).